Lezen met kinderen voor betere schoolresultaten

Door | december 14, 2011

woensdag 14 december 2011 – (Marleen De Geest) – Jongens doen het op school en in voortgezet onderwijs aanzienlijk minder goed dan meisjes. Behalve hun ouders maken nu ook wetenschappers en beleidsmensen zich daar grote zorgen over. Onderzoek moet de oorzaken ervan opsporen maar misschien ligt de oplossing wel in een klein hoekje.

[ad#ad1]

Jongens kunnen of willen op school minder goed mee dan meisjes. Aan het eind van de lagere school heeft vijftien procent van de jongens een achterstand en veertien procent van de meisjes. In het secundair onderwijs gaat het al om 41 procent van de jongens tegen 29 procent van de meisjes. Van de jongens gaat 11,5 procent van school zonder diploma van het middelbaar onderwijs, dat is voor 7,7 procent van de meisjes het geval.In het eerste jaar van het hoger onderwijs slaag driekwart van de meisjes zonder studiebeurs tegen 66 procent van de jongens. Bij jongeren met een studiebeurs liggen de slaagpercentages tien procent lager.

Sociologen en pedagogen van de universiteiten van Leuven, Gent en Brussel gaan nu uitgebreid onderzoeken waarom jongens blijkbaar minder goed aarden in het schoolse milieu en hoe het onderwijs met zowel jongens als meisjes de beste resultaten kan behalen.

Gespreksstof

Als jongens het spoor bijster zijn, gelooft niemand nog in sprookjes en mooie verhalen. Toch zijn zij het begin van alles, zo pleit het OESO ervoor om meer voor jonge kinderen voor te lezen, het zou hun latere schoolprestaties bevorderen. En behalve dat schept het lezen een wijde innerlijke wereld waaruit levenslang kan worden geput en die voor ouders en kinderen een aanknopingspunt kan vormen wanneer de communicatie tijdens de puberteit misschien struikelt.In zijn ‘Program for International Student Assessment’ (PISA) test het OESO vijftienjarigen van de geïndustrialiseerde landen op vlak van begrijpend lezen en hun capaciteit om kennis van wiskunde en wetenschappen toe te passen. Zo brengt PISA de belangrijkste vaardigheden om te slagen in voortgezet onderwijs en het latere leven in kaart.Vijftienjarigen van wie de ouders tijdens de basisschoolleeftijd met hen boeken lazen, iedere dag of minstens eenmaal per week, scoren aanzienlijk beter in de PISA tests dan kinderen waarbij dit zelden of nooit gebeurde. Wanneer de ouders gewoon met hun kinderen hadden gespeeld, beïnvloedde dit de schooluitslagen niet in dezelfde zin. Dit resultaat staat los van de socio-economische achtergrond van het gezin.

De vijftienjarigen zelf zouden er veel aan hebben wanneer ouders met hen praten over politiek, de socio-economische omgeving en cultuur want ook boeken, muziek en films vormen gespreksstof. Opgroeiende kinderen die regelmatig inhoudelijke gesprekken met hun ouders voeren, zouden betere schoolse resultaten behalen dan kinderen van gezinnen waarin dat niet gebeurt.

Het OESO pleit ervoor dat ouders meer betrokkenheid bij de bezigheden van hun kinderen zouden laten zien. Ouders weten instinctief wel dat het kun kinderen vooruit helpt wanneer ze er meer tijd in investeren. Maar vanwege tijdsdruk en de angst dat ze zelf onbevoegd zijn om het schoolse werk te begeleiden, haken ouders op dat vlak wel eens af.
Het OESO stelt nu dat ouders niet onbegrensd veel tijd moeten hebben om hun kinderen effectief meer kansen te bieden, gewoon een verhaaltje vertellen, voorlezen en vragen hoe hun dag was en waarmee ze bezig zijn, zo simpel is dat. Bij grotere kinderen is het goed om belangstellend te luisteren naar wat zij in te brengen hebben.

De Nederlandse minister van Onderwijs Marja van Bijsterveldt ging alvast op de OESO resultaten in. Slechts een derde van de ouders helpt zijn kinderen bij het huiswerk en een op twee leest voor tijdens de basisschoolleeftijd. Te weinig, klaagt van Bijsterveldt. Ze vindt niet dat ouders daarom minder moeten gaan werken, wel dat ze daarbij hun kinderen niet uit het oog mogen verliezen.

Pisa – What can parents do to help their children succeed in school? (pdf)

[ad#ad3]

Een reactie achterlaten