Author Archives: admin

What Makes an Apple?’ Six Conversations about Writing, Love, Guilt, and Other Pleasures

Uitgeefster Shira Hadad praat met Amos Oz

Amos Oz was naar verluidt even eloquent in zijn spreken als briljant in zijn schrijven. In ‘What Makes an Apple?’ is hij aan het woord en het boek leest als het boeiende afsluitende hoofdstuk van zijn leven waarin hij reflecteert over het waarom en hoe van zijn schrijven. Voor wie graag leest een bijzonder relevante getuigenis van een groot schrijver. Amos Oz overleed in 2018 maar in de intense en genegen samenspraak met Shira Hadad leeft hij en die sfeer wensen we in de tegenwoordige tijd te bewaren.

In het meesterwerk ‘Een verhaal van liefde en duisternis’ vertelt Amos Oz over zichzelf. Van waar hij precies komt, wie zijn ouders waren en welke achtergrond zij hem voor zijn leven bezorgden.

De tragische achtergrond van Joden uit het Oostblok die Russisch met elkaar praatten als ze niet wilden dat de kleine Amoz hen verstond. Er viel zoveel te vertellen en te verzwijgen in het Palestina van vlak na de tweede wereldoorlog. Oz’ ouders hadden zich in een armtierige buitenwijk van Jeruzalem gevestigd. Waar alles buiten bereik en tot het terrein van de verbeelding behoorde, van het rijke Jeruzalem van de intellectuelen en de kunstenaars tot de hele schitterende maar gevaarlijke Europese buitenwereld.

 

Spion

In ‘What Makes an Apple’ voert Oz de lezer eens te meer terug naar het Jeruzalem onder het Britse mandaat, de onafhankelijkheidsoorlog en de eerste jaren van de pas opgerichte staat Israël. Want daar ligt nu eenmaal het begin en de reden van zijn schrijverschap.

Oz schrijft immers omdat er dingen zijn die hij niet verloren wil laten gaan, het Jeruzalem van de schrijvers en hoe er in de stad werd geconverseerd.

De kleine Amos leefde als een spion. Als kind al moest hij uren bij de grote mensen zitten die zaten te palaveren, waarbij vooral mannen praatten en vrouwen hen enkel mochten bevestigen of hoogstens een vraag stellen. Om niet gek te worden van eenzaamheid luisterde Amos de gesprekken af, ook aan naburige tafels en observeerde hij mensen, hun kleding, hun manier van zijn. Een gewoonte die hij zijn leven lang onderhoudt. Dat alles levert stof op voor verhalen, niet letterlijk en volledig maar fragmentarisch.

‘What makes an apple? Water, earth, sun, an apple tree, and a bit of fertilizer. But it doesn’t look like any of those things. It’s made of them but it’s not like them. That’s how a story is: it certainly is made up of the sum of encounters and experiences and listening.’

Verder was Oz een nieuwsgierig mens, zijn verhalen zijn een antwoord op de vraag ‘hoe is het om hem of haar te zijn?’

Kwart over vier in de ochtend

Een schrijversritueel heeft hij ook. Om kwart over vier uur in de ochtend wandelt hij door de straten van de donkere stad en ordent zijn gedachten, zet de dingen in perspectief. Iets voor vijf zit hij met een kop sterke koffie aan zijn bureau en schrijft. Of probeert te schrijven. Al kan hij niet schrijven zonder dat hij obsessief alles op zijn plaats heeft gezet, geen kopje of schoteltje dat aan zijn aandacht ontsnapt.

Maar het schrijven lukt dus niet altijd of soms gaat het heel langzaam. In de tijd dat Oz nog in de Kibboets woonde leidde dat tot grote schuldgevoelens. Hij beschikte slechts over een dag in de week om te schrijven, de rest van de tijd moest hij zoals iedereen werken op het veld maar wel dubbel zo hard om de tijd van schrijven in te halen. Als hij dan slechts een zin schreef om die de volgende keer te vernietigen, was zijn tijd op het toilet, want daar schreef hij ‘Mijn Michael’ met de hand en een kunstboek over Van Gogh als onderlegger, volkomen zinloos geweest.

In elk geval heeft Oz de moed om talloze nieuwe versies te maken van passages in zijn boeken. Dan legt hij de kladjes naast elkaar om er een uit te kiezen of weer een heel andere versie te maken.

Snel opgeven doet Oz niet, hij ploetert soms bijzonder lang om het te hebben zoals hij het wenst. En soms moet hij compromissen sluiten, komt het geschrevene er niet helemaal uit zoals hij het had bedacht. ‘I don’t know, for exemple, whether or not Bach compromised. The music he heard in his mind versus the music he wrote. Have you ever been to Leipzig?’ vraagt Oz aan zijn gesprekspartner. Om haar dan te vertellen over het dagboek van Anna Magdalena Bach als ‘a touching little book’.

Een compromis is noodzakelijk om een boek te kunnen beëindigen. Oz zet er een punt achter, na eindeloos veel kladjes en versies, als hij het boek letterlijk niet meer kan zien en hij het bij de uitgever inlevert. ‘Then I know of course, that it is not the best thing I’ve ever written. I keep mourning the third book, the one I wasn’t able to write, the unborn child. But I feel in that moment that it was the best thing I was capable of writing.’

Een compromis is voor Amos Oz nochtans een eervolle zaak. Hoewel sommigen het oneerlijk, opportunistisch of getuigend van een gebrek aan ruggengraat vinden, is het voor de auteur ‘a synonym for life. And the opposite of compromise is fanaticism and death’.

Amos Oz was medestichter van de ‘Peace Now’ beweging die de twee staten-oplossing naar voor schuift. Zelf vindt hij het geen geweldig idee maar wel een waardevol compromis tussen de twee naties die in Israël wonen.

Over oorlog kon hij gewoon niet schrijven. Oz was in de zesdaagse oorlog van 1967 en achteraf probeerde hij ‘de complete waanzin’ in woorden te vatten. Het lukte niet, zo vertelt hij aan Shira Hadad, omdat de stank van het front onbeschrijflijk is. En de stank blijkt essentieel te zijn.

Erotische verbeelding

Oz maakt er geen dogma van maar gelooft dat boeken in de verleden tijd moeten worden geschreven, op enkele schaarse uitzonderingen na. Schrijvers leven omziend meent hij.

Hoe dan ook wordt schrijven er met de jaren en het aantal geschreven boeken niet makkelijker op volgens Oz. Schrijven is als autorijden, vertelt hij, je hebt een voet op het gaspedaal en een op het rempedaal. De eerste voet is de onschuld en de opwinding, de tweede is bewustzijn en zelfkritiek en die wegen met de jaren zwaarder door.

‘When I started writing (…) I just didn’t know what I was doing, where I was going. Today I have much less courage than I had when I wrote my first stories. Even ‘My Michael’, I don’t know if I ‘would have the courage to write that kind of book today.
What do you have instead of courage?
Patience.’

Vrouwen zijn voor Amos Oz uit een aparte soort sterrenstof gemaakt, zo lijkt het toch als je zijn boeken leest. Hij kijkt ernaar, altijd met een zweem van erotiek. Maar dat is een hele tijd niet zo geweest. In ‘What Makes an Apple?’ vertelt hij over zijn seksuele coming of age. Heel lang voelde hij zich minderwaardig tegenover de gebruinde stoere binken. Met als gevolg dat hij meisjes haatte. In de Kibboets was een normale omgang met hen ook niet mogelijk. Het is pas door de literatuur en door zijn verbeelding, een karaktertrek die hij van zijn moeder erfde, dat hij meisjes en vrouwen anders ging zien. Madame Bovary en Anna Karenina hebben hem de ogen geopend. Hij kon zich psychologisch in hen inleven en merkte dat ze niet zo vreemd en ver waren als hij altijd had gedacht. Uiteindelijk benaderde hij hen en betoverde hen met zijn erotische verbeelding en ontdekte zelf de ‘nobele’ kant van aantrekkingskracht en liefde.

Feministen kan Oz niet helemaal volgen. Op het moment dat Simonne de Beauvoir beweert dat er geen verschil tussen mannen en vrouwen bestaat of mag bestaan, haakt hij af. ‘Because in my humble opinion there is a difference.’

Het geschenk van de literatuur

Oz was behalve schrijver ook professor literatuur aan de Ben Goerion Universiteit. In zijn lessen ging het volgens hem minder om de betekenis van boeken als wel over hun weldaad. ‘I say: the gift of literature (…) It’s the pleasure of becoming acquainted, with both the familiar and the foreign. I think they are both gifts. I won’t tell you they are always a pleasure. Becoming acquainted with yourself is often the opposite of pleasure. And becoming acquainted with something foreign is also sometimes very difficult. But it is a gift. Everything suddenly expands. That to me, is the gift of literature. And my delight as a storyteller is to give you a gift as a reader.’

Even goed maakt Oz zich geen enkele illusie over de invloed die schrijvers uitoefenen, op lezers of op de bredere samenleving. Ooit was dat wel het geval, vertelt hij, toen hij nog heel jong en Israël in de maak was. Het moet de Joods-Slavische traditie zijn geweest, denkt hij, want in Rusland was dat ook het geval vanaf de tweede helft van de 19de eeuw tot aan het uiteenvallen van de Sovjet-Unie. Jongere Israëlische auteurs laten zich niet langer in met politiek. Op Dorit Rabinyan na misschien.

Oz schreef zijn leven lang wekelijks opiniestukken in de belangrijkste Israëlische kranten. Politici nodigden hem uit voor gesprekken. Altijd prezen ze hem om zijn taal maar nooit gaven ze hem gelijk.

Aan Shira Hadad vertelt hij dat hij zijn visie niet meer wenst te verdedigen, zijn rol is uitgespeeld en zijn woorden worden niet langer gelezen, laat staan dat ze zelfs maar een enkeling zouden van gedachte doen veranderen.

Hij vraagt zich af of er wel zoiets als invloed bestaat. Het Hebreeuws zou het onderscheid moeten   maken tussen invloed hebben en een merkteken achterlaten. De geest van mensen wordt immers wel veranderd door bepaalde boeken, muziekstukken en andere kunstwerken.

‘There’s Bach’s Cantata BWV 106: the first time I heard that, I knew I would never again be the same exact person. That happened to me with ‘Crime and Punishment’ (…) and with Chekhov. It happened with Agnon’s ‘A Simple Story’ (…)

Oz noemt zichzelf een pessimist. ‘Terrible things might happen, but good things might happen too, things that no one can conceive of. Almost all things that changed reality throughout my life have been unexpected.’

Aan het eind van zijn leven ergert hij zich aan een wereld waarin vooral korte berichten worden gestuurd en gelezen en literatuur op het achterplan raakt. ‘I’m talking about the systematic infantilization of humanity.’

 

Uitgeefster Shira Hadad sprak met Amos Oz in 2014 toen zijn laatste boek ‘Judas’ zou worden gepubliceerd. Shira Hadad behaalde cum laude een Ph.D. Graduate in literatuur aan Columbia University. Haar doctoraatsthesis ging over het werk van Shai Agnon. Agnon is een belangrijke

Hebreeuwse schrijver en Nobelprijswinnaar. In zijn boeken gaat het dikwijls over het Joodse traditionele bestaan in een veranderende wereld.

Amos Oz ontmoette Agnon vaak als kind en later als universiteitsstudent. In ‘Een verhaal van liefde en duisternis’ neemt hij een stukje van een brief op die hij ooit van Agnon ontving. ‘De dingen die je mij over je boek schreef, brachten mij de beeltenis van je moeder, moge zij rusten in vrede, voor ogen. Ik herinner mij dat zij mij eens, vijftien of zestien jaar geleden, uit naam van je vader, moge hij leven, een van zijn boeken bracht. En misschien was jij ook bij haar. Toen ze gekomen was stond ze op de drempel van de kamer en haar woorden waren weinig. Maar haar gezicht is mij in zijn bevalligheid en zuiverheid lange tijd bij gebleven, Met oprechte groet, S.J.Agnon’

Oz’ moeder pleegde zelfmoord toen hij elf jaar oud was.

What Makes an Apple?’ Six Conversations about Writing, Love, Guilt, and Other Pleasures – Amoz Oz & Shira Hadad – is uitgegeven door Princeton University Press, Oxford – ISBN 9780691230276.

‘Walvis is verdwaald’ van Ann Vander Roost en Peter Lein
Hoe toeval een verhaal maakt

Het vergt heel wat verbeelding en diepe gedachten om een walvis en een kat samen te brengen. In het subtiele en indringende verhaal ‘Walvis is verdwaald’ delen ze nochtans een super spannend avontuur.

Het verhaal begint helemaal op het droge, walvis is de zee kwijt geraakt en ligt zowaar op een rots in een woud. Daar hoort zij natuurlijk niet thuis en dus is ze bijzonder ongelukkig. Ook de wilde maar lieve kat die in het woud woont, wordt er triest van en wil en zal walvis helpen. Maar niet alleen. Want alleen krijg je zo een klus niet voor elkaar. Alles en iedereen die een takje of een handje kunnen toesteken, komen eraan te pas. Als dat maar lukt.

‘Walvis is verdwaald’ mag een tikkeltje absurd lijken. Maar dat valt in het niet tegenover de waanzinnige toestand waarin onze planeet zich bevindt en waarin nog heel weinig op zijn plaats valt.

Het verhaal ontstond toen Peter Lein tijdens een trektocht door een uitloper van de Alpen in de Haute Provence twee stenen vond, eentje in de vorm van een walvis en een minder grote die er precies op paste en wel een huisje kon zijn. Dicht bij elkaar, het lijkt toeval maar het verhaal dat eruit voort kwam maakt er een haast noodzakelijke speling van het lot van. Want het huisje ging ook een rol in de vertelling spelen.

Ann Vander Roost maakte sfeervolle en ontroerende tekeningen bij het verhaal.

‘Walvis is verdwaald’ van Ann Vander Roost en Peter Lein is uitgegeven door Woordreus.

ISBN-nummer: 9789464519471 – Prijs: € 20,-

Peter Lein brengt het verhaal ook in een kamishibai-versie of Japans verteltheater, rond reizend per bakfiets.
Alle informatie op https://www.puurlain.com/

Soortenschat
Kindercanon van de natuur in de Lage Landen

Een boek over de geuren, kleuren en geluiden van planten en dieren

Je gaat pas van iets houden als je ermee omgaat, als je het leert kennen. De natuur heeft het heel hard nodig dat we van haar houden. Maar vaak gaan we haar ver zoeken, zien we het te groots.
Het boek ‘Soortenschat, Kindercanon van de natuur in de Lage Landen’ van Geert-Jan Roebers,  verrukkelijk en gevoelig geïllustreerd door Pieter Fannes, laat juist de natuur zien zoals die gelukkig nog dagelijks op ons pad komt.

Continue reading

‘Oorlog en vrede’, de tweede wet van de thermodynamica en twee monniken

Onze wereld is altijd al een vreemde en onrustige plek geweest. Maar vandaag lijkt hij dat des te meer te zijn vanuit ons westers perspectief. Boeken kunnen een schuilplek vormen.

‘The Fabric of the Cosmos’ van theoretisch natuurkundige en snaar theoreticus Brian Greene is een boek waar ik graag in opga. Dat is niet zo moeilijk want het is een van die boeken die na het lezen ervan een soort van ontzag nalaten. Lang niet alles valt te begrijpen of te onthouden. Maar een verwondering en bewondering en een kleine extase nemen je in beslag.

Het hoofdstukje ‘Entropy, the Second Law en the Arrow of Time’ krijgt tegenwoordig een bijzondere betekenis.

De tendens van fysieke systemen om naar een hogere staat van entropie of verwarring te evolueren is gekend als de tweede wet van de thermodynamica. Het is evenwel geen wet in de conventionele betekenis van het woord. Want hoewel uiterst zeldzaam kan het ook zo zijn dat het systeem van hogere verwarring naar minder entropie gaat. In elk geval, hoe meer elementen er in het spel zijn hoe waarschijnlijker het is dat de verwarring toeneemt.

‘As we can see, the concept of entropy provides a precise version of ‘the easy versus difficult’ conclusion. It’s easy for the pages of ‘War and Peace’ to fall out of order because there are so many out-of-order arrangements. It’s difficult for the pages to fall in perfect order because hundreds of pages would need to move just in the right way to land in the unique sequence Tolstoi intended. (…)

In turn the second law had provided us with an intuitive distinction between what we call past and what we call future.’

Het moment waarop de wanorde zich voordoet, vormt een breuk in de tijdlijn. Voor zien we als verleden en erna als toekomst. Gezien de complexiteit van de huidige situatie is het niet helemaal duidelijk hoe de orde zich kan herstellen in de toekomst. Maar het kan.

 Of zoals Lev Tolstoi het einde van de Napoleontische oorlog in zijn meesterwerk ‘Oorlog en Vrede’ beschreef.

‘De volkerenbeweging keert in haar bedding terug. De golven van de massabeweging zijn gaan liggen, en op het effen zeeoppervlak vormen zich kringen, waarin de diplomaten drijven, parmantig, in de heilige overtuiging, dat zij de beweging hebben doen luwen’.

In zijn tweede epiloog bij ‘Oorlog en Vrede’ overwoog de diep gelovige Rus: ‘Het goedpraten heeft de functie van een morele verlosser voor de mensen, die de daad voltrekken. De tijdelijke doeleinden hebben veel weg van de baanschuiver, die vooraan de locomotief zit om de rails van obstakels vrij te maken: zij schuiven voor de mens de morele obstakels opzij. Zonder dit goedpraten zou de meest voor de hand liggende vraag, die iedereen bij het waarnemen van een gebeurtenis voelt opkomen: hoe kunnen miljoenen mensen toch gezamenlijk misdaden plegen, oorlogen voeren, moorden? – niet beantwoord kunnen worden.’ 

Leo Tolstoi kende oorlog aan de binnenkant, hij moest dienst nemen in het Russische leger tijdens de Krimoorlog die zich tussen 1853 en 1856 afspeelde.

Doof verdriet

‘Le coeur serré, lourd du sentiment poignant de l’impermanence de toute chose, je ressentais une sourde tristesse devant l’ampleur des souffrances endurées par les Tibetains’.

Dat schrijft Matthieu Ricard in zijn memoires ‘Carnets d’un Moine Errant’. Hij heeft het in hoofdstuk 26 over zijn bezoek aan het nog steeds door China bezette Tibet. We hoeven er echter niet aan te twijfelen dat zijn ingesteldheid van compassie geldt voor alle volkeren die onder een agressor of bezetter lijden.

Matthieu Ricard is een Franse wetenschapper, doctor in de moleculaire biologie, die koos voor een bestaan als boeddhistische monnik. Tevens is hij auteur, fotograaf en humanitair activist. Via de door hem opgerichte ngo Karuna Shechen zet hij zich in voor gezondheidszorg, onderwijs en de ontwikkeling van de gemeenschappen in India, Nepal en Tibet.

Ricard leeft in het Shechen klooster in Kathmandu. Hij integreerde meditatie in zijn leven en probeert via lezingen, boeken en samenwerking met andere wetenschappers de psychische en fysieke weldaden hiervan bekend te maken.

Mediteren voor jezelf en voor de wereld, dat is ook een geliefd thema van de recent overleden Vietnamese monnik Thich Nhat Hanh. In zijn boek ‘Leven, over de weg van geluk, begrip en liefde’  schrijft hij: ,Sommige mensen zeggen: ‘Je zit daar maar, ga eens wat doen!’ Als we onrecht, geweld en leed om ons heen zien, dan willen we natuurlijk iets doen om te helpen. Als jonge monnik in de jaren 1950, 1960, deed ik er samen met mijn vrienden en leerlingen alles aan om een praktische vorm van boeddhisme te ontwikkelen vanuit de basis, die antwoord gaf op de enorme uitdagingen en het verschrikkelijke leed van die tijd. We beseften dat chanten en bidden niet voldoende waren om het land uit de wanhopige conflictsituatie te halen en te redden van verscheuring en oorlog. (…) Terwijl we hieraan werkten, merkten we dat de kwaliteit van onze handelingen afhing van onze kwaliteit van zijn. Daarom organiseerden we iedere week een hele dag van mindfulnessbeoefening in het nabijgelegen Bamboebos-klooster. (…)

Dus in plaats van ‘Je zit daar maar, ga eens wat doen!’ kunnen we ook zeggen ‘Doe niet zomaar iets, ga eerst eens zitten!’ Stoppen, stil zijn en mindfulness beoefenen kunnen een nieuwe manier van zijn teweegbrengen (…) De energie van wijsheid, mededogen, inclusiviteit, onverschrokkenheid, geduld en geen-onderscheid maken zijn allemaal eigenschappen van ontwaakte wezens. (…) We kunnen heel actief zijn, maar doen alles vanuit een plek van vrede en vreugde. Aan dit soort handelen heeft de wereld de grootste behoefte. Als we dit kunnen, zal ons werk een grote steun zijn voor onszelf en voor de wereld.’

Tenslotte nog dit, gewoon omdat de Franse zanger Boris Vian een paar dagen geleden te horen was met zijn protestlied ‘Le déserteur’ dat in 1954 werd uitgebracht.

(…)

Je mendierai ma vie
Sur les routes de France
De Bretagne en Provence
Et je dirai aux gens
Refusez d’obéir
Refusez de la faire
N’allez pas à la guerre
Refusez de partir 

(…)

‘Johannes Brahms, A Biography’ van Jan Swafford
Brahms, eigenzinnig en bijna altijd verliefd

De muziek van Johannes Brahms (1833 – 1897) klinkt alsof ze door niemand anders kon zijn geschreven. Een mens wordt dan vanzelf nieuwsgierig naar het leven van de componist. De hedendaagse Amerikaanse componist en auteur Jan Swafford trekt in de uitgebreide biografie van Brahms lijntjes van zijn leven naar zijn muziekpartituren. Het vormt prettige lectuur, deze hoog-romantische muziek kan alleen maar voortkomen uit een kleurrijk, bewogen en diep doorvoeld leven. Continue reading

‘An Artist of the Floating World’ van Kazuo Ishiguro
Met trage, afgemeten passen door een stukje Japanse geschiedenis wandelen

Wie lang genoeg leeft, ziet de wereld verschuiven. In ‘An Artist of the Floating World’ van Kazuo Ishiguro wordt zorgvuldig beschreven hoe de kunstenaar Masuji Ono bijdroeg aan de militarisering van Japan en hoe hij na de oorlog toch zijn kalme leventje kan verder zetten.

 

Kazuo Ishiguro is een Japans-Britse schrijver. Hij werd in Japan geboren en toen hij vijf was ging  hij met zijn ouders in Groot-Brittannië wonen. Dat gegeven bepaalt zijn stijl. Het Oosterse gepolijste, omfloerste, terughoudende en de Britse gereserveerdheid vallen samen in de talloze dialogen die de roman telt.

Continue reading

‘Clock dance’ van Anne Tyler
Prêt-à-porter voor iedereen

AnneTyler werkt met de stofjes en patroontjes waaruit het leven zelf gemaakt is. Zo schrijft ze boek na boek. Het levert geen haute couture van de literatuur op. Maar met comfort reading is niets mis deze dagen.

De Amerikaanse schrijfster Anne Tyler verzint levenslijnen en plots aan de lopende band, steeds weer verzeilt een of andere familie in een storm. Zelf zegt ze dat ze enkel kan schrijven over wat ze kent. Dat zijn gezinnen, verstoorde huwelijken en intergenerationele perikelen. Tyler is nu 79 jaar oud en schreef al in de twintig boeken over de wisselvalligheden van het bestaan. Altijd erg maar niet zo tragisch dat het je als lezer overhoop haalt.

Continue reading

Schopenhauer en Nietzsche,
de gebroken-hartenrubriek van de filosofie
‘The consolations of philosophy’ van Alain de Botton (deel III)

Mochten Arthur Schopenhauer en Friedrich Nietzsche het geluk in de liefde hebben gevonden, waren ze misschien wel verloren gegaan voor de filosofie… wie zal het zeggen? Zeker is dat Alain de Botton dat zonde had gevonden.

 

Schopenhauer om ons op te vrolijken

Van in de oudheid tot de in 19 de en 20 ste eeuw weet de Botton er die denkers uit te pikken voor wie de filosofie een antidotum is voor het leven. Het leven zit gammel in elkaar, filosofie kan helpen om overeind te blijven.

De Duitse filosoof Arthur Schopenhauer (1788 – 1860) is met stip de grootste filosofische zwartkijker. En daarom misschien wel best geschikt om ons op te vrolijken, aldus de Botton. Continue reading

Illusies maken niet gelukkig
‘The consolations of plilosophy’ van Alain de Botton (deel II)

Wat moeten we in een tijd waarin het lijkt alsof alles maakbaar is of te remediëren valt met filosofen uit de oudheid? Volgens de Botton is het heel simpel, in wezen is het leven voor en aan het begin van onze jaartelling perfect vergelijkbaar met het onze. Het geluk moet je daar zoeken waar het te vinden is en het lot van zijn kant laat zich nog steeds niet overmeesteren. De Botton laat Epicurus en Seneca de weg wijzen. Continue reading

‘Gekromde tijd in Krems’ van Claudio Magris of
‘hoe ouder een mens wordt, hoe meer hij op zichzelf begint te lijken’

Als een mens ouder wordt schuift hij langzaam, maar zeker, naar de rand. Van het vermeende ‘er toe doen’ naar het, misschien nog sterker vermeende, ‘er niet meer toe doen’. Het is de tijd die dat met ons doet. Het overkomt zelfs schrijvers, het gevoel bekruipt misschien zelfs de Italiaanse auteur, germanist en filosoof Claudio Magris (°1939). Hij schreef een boekje over het verschijnsel met, hoe kan het anders, de tijd in de hoofdrol. In ‘Gekromde tijd in Krems’ zijn vijf verhalen opgenomen.

Continue reading

Geluk zit niet in het plan
‘The Consolations of Philosophy’ van Alain de Botton (deel I)

Ik heb het geprobeerd, sommige mensen worden er ronduit boos van als je zegt dat ‘geluk niet in het plan zit’. Meer nog als je vertelt dat je dat hebt gelezen in ‘The Consolations of Philosophy’ en nog meer als je beweert er wel iets troostends in te zien.

Alain de Botton distilleerde nogal wat somberte uit het denken van zes filosofen, vanaf ruim vierhonderd jaar voor Christus tot aan het begin van de twintigste eeuw. De constante erin is dat gematigde tot geen verwachtingen van het leven je veel teleurstellingen besparen. Een   ingesteldheid die zeker het proberen waard is.

Ook met de huidige ‘School of Life’ proberen de Botton en zijn collega’s om mensen ‘emotioneel volwassen’ te maken. De ‘opvoeding’ bestaat erin om te leren genieten van je dagdromen, al dan niet romantisch, maar ze vooral niet ernstig te nemen. Want het leven is vol kleine ergernissen, imperfecties tot voetangels en wolfijzers toe. Daarom is het beter om met ‘goed genoeg’ tevreden te zijn. Continue reading