Zin en onzin van een winterse zomerreis

By | februari 18, 2020

Stel dat ik een vogel was dan zou ik wanhopig vliegen. Nauwelijks wetend waar te landen, laat staan te nestelen. Gezien vanuit het vliegtuig is de aardkorst gereduceerd tot mensenwerk.

In een vliegtuig vlieg ik, putje van de zogenaamde winter, naar een zonbestemming. Door omstandigheden, ik weet dat de meningen daaromtrent danig verschillen maar zelf zou ik er niet voor kiezen. Persoonlijk vind ik het niet normaal wanneer een mens in de nachtelijke winterochtend uit zijn comfortzone vertrekt.

Om nog te zwijgen over het desoriënterend effect van een zonbestemming tijdens de winter. Ik voel me meer ‘boom’ en hoef niet zo nodig de zon tegemoet te reizen. Wachten op de zon is een andere mogelijkheid, ze komt in elk geval terug.

Die gedachten beletten niet dat ik het, na ruim honderd jaar luchtvaart, nog steeds een ontroerend beeld vind. Het zicht op de frêle vleugel die gedecideerd door de oneindige hemel klieft. Ook al zit die van beneden af gezien vol witte strepen en is de lucht al duchtig ingepalmd.

Met de begane grond is dat helemaal het geval. Ons land is door en door gecultiveerd, in de zin van ‘naar de hand van de mens gezet’.

Ik zie de strakke percelen van grote akkers, geen haagje om de begrenzing te verzachten. Wegen als witte linten verbinden dorpen, bijna-steden en steden. De waterwegen zijn akelig recht en op gezette tijden overbrugd. De ingrepen van de mens die zijn plaats niet kent, zijn tegelijk nietig en overheersend.

Bosjes, postzegelbosjes met grote natuurlijke waarde noemt men ze tegenwoordig en ik geloof het graag, liggen er als kleine harige plekjes bij.

Als ik een vogel was, zou ik het niet meer weten.

We verdwijnen in een opake wolkenmassa en van wat zich beneden afspeelt, zie ik slechts minimale flarden. Een zee met onzichtbare routes voor vracht- en cruiseschepen. Een berglandschap met slingerende wegen en dorpjes als pareltjes versiering.

Tot we het eiland naderen, de rimpelige huid van de zee wordt zichtbaar door het dunner wordende wolkendek. De droge woestenij van een zuiderse plek ontvouwt zich. Bijna steden en steden kruipen tegen de bergen op. Tot waar de grens van het onherbergzame ligt. Daar trekt de mens zich terug en neemt het eiland het over. Laten we die onherbergzaamheid respecteren en niet op de grenzen inbeuken.