‘Donker woud’ van Nicole Krauss

By | November 12, 2018

Verdwaald te midden van bomen waartussen we ooit vol verwondering leefden

– In sommige romans vormt de taal het verhaal. Dat is ook het geval voor ‘Donker woud’ van Nicole Krauss. Krauss’ taal heeft een heel apart parfum dat aan een andere wereld herinnert. In dit geval een plek met heel verschillende mogelijkheden dan deze die zich lijken af te tekenen.

Wat de Amerikaans-Joodse Nicole Krauss in ‘Donker woud’ vertelt is bij het einde van het boek niet eens echt duidelijk. Een Amerikaans-Joodse schrijfster – is het een andere of zijzelf – komt weer thuis. Tegelijk kun je je als lezer afvragen of ze wel echt is vertrokken en de reis die ze beschrijft heeft gemaakt.

Het verhaal van de schrijfster zit vol met metafysische bespiegelingen over de werkelijkheid die ze zelf als diffuus ervaart.

‘Het idee dat je op twee plaatsen tegelijk kunt zijn leeft bij mij al heel lang. Eigenlijk al zolang ik me kan herinneren. (…) Je zou kunnen zeggen dat het besef van het eigen ik bij jonge kinderen nog steeds poreus is. Dat het oceanische gevoel een tijd blijft aanhouden, net zolang tot we eindelijk overgaan tot het afbreken van de steigers langs de muren die we in opdracht van een aangeboren instinct moeizaam om ons heen bouwen, ondanks de treurig makende wetenschap dat we de rest van ons leven naar een vluchtweg zullen zoeken.

Ook is ze niet zeker dat er naast de rede geen andere weg bestaat om met de werkelijkheid om te gaan.

‘Net zoals religie zich heeft ontwikkeld tot een manier om over het onkenbare na te denken en er mee te léven, zo hebben we ons nu bekeerd tot de tegenovergestelde praktijk, waaraan we niet minder zijn toegewijd: de praktijk van alles weten, en geloven dat kennis concreet is en altijd bereikt wordt via de vermogens van het intellect. (…)Hoe meer Descartes het heeft over het volgen van een rechte lijn om uit het bos te komen, hoe fijner het me lijkt om te verdwalen in dat bos, waar we ooit vol verwondering hebben geleefd en hebben begrepen dat het een noodzakelijke voorwaarde was voor een authentiek bewustzijn van het zijn en van de wereld.’

Hilton Hotel

 In die geestelijke gesteldheid en de sfeer van een splijtende relatie beslist de schrijfster met een writer’s block haar thuis te verlaten en naar Israël te reizen. Meer bepaald naar het Hilton Hotel in Tel Aviv, de plek waar haar ouders haar ooit verwekten. Dan komt er in het boek toch een soort van verhaal op gang.

In Tel Aviv wordt ze gecontacteerd door de bizarre figuur Friedman die zich uitgeeft voor universiteitsprofessor maar even goed lid van de mossad, de Israëlische geheime dienst, zou kunnen zijn. Hij zadelt haar op met de opdracht om Kafka’s verhaal af te maken. Want de Joods-Tsjechische schrijver zou volgens Friedman niet in Praag zijn overleden maar zijn tuberculose hebben overwonnen en rustig oud zijn geworden in het Israëlische klimaat.

Het spreekt voor zich dat het een verhaal vol losse eindjes wordt en niets vast staat. Het wordt wel in de ik-vorm door de schrijfster verteld en volgestouwd met haar eigen bespiegelingen.

Parallel met de schrijfster vertrekt ook de Joods-Amerikaanse advocaat Epstein naar Israël. Zijn gebeurtenissen worden meer afstandelijk in de derde persoon overgebracht maar tegen een vaart die je als lezer bijna de adem beneemt. Tenminste bij het begin van de roman. Dan staat de man nog dicht bij de advocaat met het hectische leven die hij was, die in de hoogste kringen vertoefde en met zijn aanwezigheid de kamer vulde. Na zijn zestigste doet Epstein afstand van zijn fortuin en verdunt hij zijn persoonlijkheid tot de kwintessens. Dan vertraagt ook het ritme van zijn verhaal.

De advocaat wordt door een rabbijn als een afstammeling van koning David bestempeld en zou zelfs die rol gaan spelen in een film als hij niet van de set was weg gewandeld.

Unheimlichkeit

Krauss zet twee verhalen naast elkaar die alles behalve solide zijn en waar geen peil op te trekken valt.

‘Unheimlichkeit’ is dan ook een belangrijk thema van het boek. Unheimlichkeit zoals de Oostenrijks-Joodse psychoanalyticus Sigmund Freud haar determineerde. Als iets dat niet vreemd of onbekend is en daardoor angst inboezemt maar integendeel door en door bekend en vertrouwd is en door verdringing uit het zicht was verdwenen om dan weer de kop op te steken. Daarmee knoopt Freud aan bij het Hebreeuwse woord ‘olam’ voor wereld dat als wortel ‘alam’ heeft, wat ‘verschuilen’ of ‘verbergen’ betekent. ‘Voor de oude Joden was de wereld altijd zowel verscholen als zichtbaar gemaakt’, herinnert de schrijfster zich.

Zo is het Joods zijn het andere wezenlijke thema van ‘Donker woud’. De manier waarop Joden hun kinderen in een vast patroon dwingen, waarin ze hen de oude verhalen vertellen om vorm te geven aan het vormeloze. De conventionele oeroude verhalen die de schrijfster ook aan haar zoon doorgaf, omdat ze iets te bieden hebben maar ‘hem beroofde van de oneindige mogelijkheden om de wereld te doorgronden. (…)Uit liefde. Zodat hij de weg zou vinden in de wereld waar hij geen andere keuze heeft dan erin te leven.’ Niet voor niets is het boek aangevuld met een verklarende woordenlijst van Hebreeuwse begrippen.

Nicole Krauss schreef andermaal een prachtig boek dat evenwel nog cryptischer is dan haar voorgaande.
Het werd mooi vertaald door Rob van der Veer, uitgegeven bij Ambo/Anthos Amsterdam en telt 298 pagina’s. ISBN 978 90 263 3343 9