Wonen, voorzichtige trend naar delen

By | Maart 28, 2013

Een hechte relatie hebben Belgen met hun thuisplek. Ze torsen bovendien nog steeds de spreekwoordelijke baksteen mee en het idee van een eigen omzoomd huis. Maar vanwege de toenemende kostprijs moeten ze de droom wel eens loslaten. Voorzichtig duikt de trend op om samen met anderen mooie woonformules te bedenken.

De meeste Belgen dromen van en willen ten koste van veel een eigen woning, crisis of geen crisis. De realisatie heeft een prijs, gemiddeld betalen eigenaars maandelijks 600 euro af aan  woningkrediet.

Dat stevig bedrag wordt met een zeker thuisgevoel gecompenseerd. Eigenaars, dat is 63 procent van de Belgische bevolking, ervaren een hoger thuisgevoel dan mensen die een huis of appartement huren. Dat en veel meer blijkt uit het tweede ILIV Thuis-Trendrapport.

Een typisch Belgische eensgezinswoning is een benijdenswaardig ding, kwalitatief afgewerkt en ruim. Driekwart van de mensen die aan de ILIV enquête deelnamen, heeft bij zijn huis ook een tuin.

Voor de helft van de mensen is het thuisgevoel vooral verbonden met de geliefden waarmee ze samenwonen. En 46 procent van wie een huisdier heeft, kan het niet missen en zou het eerder een thuisdier noemen.

Dat iemand zich in zijn huis of appartement echt thuis voelt, is nochtans niet vanzelfsprekend en het ligt voor iedereen weer een beetje anders. Voor de ene mens hoort rommel bij het wonen, de andere wordt er zenuwachtig van. De een laat graag bezoekers toe in zijn eigen nest, de ander tolereert dat enkel als zij/hij alles piekfijn kan voorbereiden en tegelijk zijn terrein kan afbakenen.

Schoenen op de deurmat

Zo kan ruim een kwart of 27 procent van de Belgen, volgens ILIV, als een ‘schoenen voor de deur’ mens worden bestempeld. Deze vrouwen en mannen vallen zowat met hun huis samen, hun woning straalt hun persoonlijkheid en creativiteit uit en ze leven zich uit in inrichting en decoratie. Er wordt wel eens met meubels geschoven en de muur een nieuw kleurtje geven is een koud kunstje. Echter zonder dat het resultaat, de thuis en de buurt er omheen de bewoners helemaal gelukkig stemmen. Feestjes en etentjes moeten hen daarom opvrolijken maar de uitgenodigde gasten mogen niet te vrijpostig in huis rondstruinen en liefst laten ze hun schoenen op de deurmat staan.

De ‘schoenen voor de deur’ mensen vormen volgens de ILIV enquête de grootste categorie, wat toch    op een zekere gereserveerdheid wijst.

Daar staan echter diverse andere types tegenover die hoog scoren in thuisgevoel en gastvrijheid, verdraagzamer zijn voor rommel en voor wie de buurt een wezenlijk deel van de thuishaven uitmaakt. De overgrote meerderheid wordt zonder meer gelukkig van zijn thuis. Al is negen procent van de Belgen niet echt bevriend met zijn woonplek, ze vormt niet meer dan een soort schuilplaats, een dak boven het hoofd en een bed om in te slapen.

Delen, het nieuwe wonen

Een eerder nieuwe trend is ‘staycation’. Mensen brengen hun vakantietijd thuis door en dit lang niet altijd om financiële redenen. De thuistijd wordt vlot ingevuld met leuke bezigheden in de buurt. Ook komt er tijd vrij om met de buren te socializen en feestjes te bouwen.

De buurt groeit gevoelsmatig aan belang. Belgen blijken gehecht aan de omgeving waarin ze wonen en willen er dikwijls niet meer weg, 67 procent zegt graag in zijn huidige buurt te blijven wonen.

De crisis heeft mensen wat op zichzelf terug geworpen, werksituaties leveren geen zekerheid meer op en de job zorgt niet langer voor een vaste identiteit.

Mensen om je heen bieden dan een houvast, de tijd van het grote individualisme lijkt voorbij, aldus ILIV.

Gezinnen beginnen stilaan het voordeel te zien van het delen van bepaalde plekken, tuinen, speelplaatsen, wasruimtes bijvoorbeeld. In de toekomst winnen woonerven en kangoeroewoningen vast aan belang. Want ook binnen eenzelfde familie willen verschillende generaties, vanwege de kosten en eventuele zorgtaken, misschien wel onder een dak wonen. De helft van de Belgen heeft nog inwonende kinderen maar zeventien procent heeft andere mensen bij zich wonen, meestal ouders of andere familieleden.

IlIV roept de overheid op om deze trend met beleid te bekrachtigen. Want dat we met zijn allen duurzamer met de beperkte woonruimte en middelen moeten omspringen, is ook wel duidelijk.

 

Geef een reactie