Zen, niet iets om te hebben maar om te zijn

Door | november 1, 2023

De hectische wereld om ons heen heeft zen ontdekt, als idee en zelfs als product. Mocht het kunnen hij zou er zich al lang meester van hebben gemaakt. Het zal voorlopig bij een oppervlakkige omarming blijven. Zen is namelijk geen product dat u kunt kopen en zelfs geen lifestyle die een mens zich op een of andere manier kan toe eigenen. Voor wie nog nieuwsgierig is, een meer dan voorzichtige poging om zen te vatten in de woorden van boeddhistisch geleerde Daisetz Suzuki.

[ad#ad1]

Bij ons, in het westen, bestaat er douchegel die u een zengevoel zou bezorgen en wellicht nog veel meer. Zen komt nochtans niet in bubbeltjes of via de gastronomie op onze weg. Ook in het oosten is zen geen geboorterecht maar wordt de levenskunst moeizaam door enkelingen verworven.

Wat beide windstreken wel gemeen hebben is een grote hoeveelheid mensen die innerlijk onrustig zijn en in onvrede met zichzelf en de wereld leven.

Westerlingen richten hun blik wel eens naar het oosten voor ‘verlichting’ (van de onrust). Monniken of andere oude, gerimpelde mannetjes met vriendelijke, ronde gezichtjes lijken immers een geheim te kennen dat wij moeten missen.

Dualiteit

Voor sommige oosterlingen is dat zeker zo. Ze hebben dan ook een weg afgelegd die in het westen nauwelijks denkbaar of zelfs maar geoorloofd is. Dat is de reden waarom wij er niet zonder meer te rade bij kunnen gaan.

In het boek ‘Zenboeddhisme en het westen’, dat de neerslag is van een congres van Amerikaanse psychoanalytici wordt dat voortreffelijk uitgelegd. Het bevat lezingen van onder meer de Japanse  boeddhistisch geleerde Daisetz Suzuki (1870-1966) en de Duits-Amerikaanse psychoanalyticus en filosoof Erich Fromm (1900-1980).

Fromm vertelt, onder meer uit ervaring met zichzelf en zijn cliënten, dat ‘niemand van ons de ziel van een ander kan redden. Ieder kan slechts zichzelf redden. Alles wat de meester kan doen, is de rol spelen van vroedvrouw of berggids. Zoals een meester zei, Ik heb u werkelijk niets mee te delen en indien ik zou trachten dit te doen, zou u me misschien uitlachen. Bovendien wat ik u kan vertellen is van mij en kan nooit van u zijn.’

Suzuki legt het verschil uit dat tussen het westen en het oosten bestaat. Dat onderscheid kennen, is nodig om een begin te kunnen maken met het begrijpen wat zen wel is. Op die manier zal men minder geneigd zijn om te pas en te onpas het woord zen te laten vallen.

Om het verschil duidelijk te maken, vergelijkt Suzuki een haiku van de Japanse dichter Basho met een gedichtje van de Engelse dichter Tennyson. Beide dichterlijke zielen bewonderen de liefelijkheid van een onooglijk plantje, waarbij Basho gewoon naar het bloempje kijkt en Tennyson het van de stenen los wrikt om het in zijn handen te houden.

Deze verschillende reactie op het kleine natuurwonder is wezenlijk. Het oosten kijkt toe en vereenzelvigt zich met het object van het kijken terwijl het westen vernietigt om te kunnen analyseren en verstaan.

Beide dichters hebben aangevoeld dat het bloempje hen met iets groters verbindt. De oosterling stelt zich daarmee tevreden, geniet samen met het bloempje van zon en regen en voelt zich een deel van het immense universum. De westerling maakte het bloempje stuk en snijdt de band door. Hij blijft bijgevolg ook buiten het geheim van de kosmos.

De dualiteit, het afgescheiden zijn van de natuur en bij uitbreiding van de kosmos als oorsprong van alles, maakt ons bang.

Innerlijke rust

Of zoals Suzuki het verwoordt: ‘Het resultaat is dat we ons leven verknoeien en ons afvragen: ‘wat is de zin van het leven? Staan wij voor een volledig niets? Waar gaan wij na zeventig, tachtig, zelfs negentig jaar heen? (…) Ik heb horen zeggen dat de meeste moderne mensen in dit opzicht neurotisch zijn.’

Suzuki meent dan ook dat er een andere manier is om in het leven te staan. Gewoonlijk gebruiken we ons verstand en ons bewustzijn om alles om ons heen proberen te begrijpen en een plaats te geven. Daarbij vergeten we zelf onze plaats in het geheel en de functie van ons verstand wordt overschat.

We hebben het verstand beslist nodig. Tegelijk hebben we veel meer nodig dan ons bewuste verstand, aldus Suzuki. Wie zich als de dichter Basho op geregelde tijdstippen ‘verbindt’ met het geheel, vindt de rust en de vrede. Precies omdat de mens daarmee terugkeert naar zijn oorsprong en zijn toekomst.

De natuur doet zijn werk, onbewust van zichzelf, beschrijft Suzuki. De mens is er zich wel van bewust. De bewuste mens komt uit de natuur voort. ‘Ergens in de loop van evolutie werd het bewustzijn uit het onbewuste gewekt. Het bewustzijn is een sprong maar die sprong betekent geen losmaking in de letterlijke betekenis. Want het bewustzijn staat in onafgebroken, voortdurende verbinding met het onbewuste.’

Zenmeesters hebben zich geoefend in de verbondenheid met dat grote onbewuste en putten daaruit hun rust en vrede en zelfs hun diepe intuïtie.

Het boek ‘Zenboeddhisme en het westen’, opnieuw uitgegeven bij Bijleveld, laat aanvoelen dat ook voor ons de innerlijke rust afhangt van de mate waarin we bereid zijn om ons met een zekere regelmaat over te geven aan het onbewuste. Het grote universum dat onbewust is van zichzelf   werkt ook in ons en we kunnen proberen er een band mee te krijgen. Zen komt niet van buiten naar ons toe maar zit in ons.

[ad#ad3]

 

Een reactie achterlaten