Als subtiliteit je overeind houdt
Bij het lezen van deze boeken lijkt het erop dat je samen met je schoenen de drukte van de wereld aan de buitendeur hebt achtergelaten om voorzichtig over een Japanse tatami mat te lopen. Onrust en onvrede bestaan even goed maar onderlinge voorkomendheid, hete thee, lekker eten en af en toe een glaasje sake maken veel goed.
Het gebeurt wel eens dat boeken tegen elkaar opbieden in emotioneel spektakel. Precies het tegenovergestelde is het geval bij de boeken van de Japanse schrijfsters Hika Harada en Ito Owaga. Hun personages leiden een kalm en behoedzaam bestaan dat ze niet eens helemaal zelf uitstippellen. Hoe zij omgaan met de wisselvalligheden van het leven en waarheen hen dat voert, vormt telkens de hele verhaallijn.
Deze Japanse boeken in Nederlandse vertaling hebben achteraan een verklarende woordenlijst. Dat is handig en wijst erop hoe verschillend de Japanse samenleving wel is van de onze. Begrippen en namen hebben zo hun eigenheid en kunnen onmogelijk in een andere taal worden uitgedrukt.
Over bento’s en sushi’s
In ‘Boeken, thee en troost’ heeft Hika Harada het, hoewel de titel dat niet vermeldt, ook vaak over eten. In elk hoofdstukje speelt een bepaald Japans gerecht een rol.
Verder doen Japanse schrijvers en hun boeken ook mee in het verhaal. Dat is niet zo verbazingwekkend, Sango houdt immers een boekenwinkeltje open, een soort van antiquariaat in een sfeervolle wijk in Tokio. Ze doet dit in opvolging van haar broer die aan een hartaanval overleed. Na korte tijd komt haar nichtje Mikiki die literatuur studeert haar daarbij helpen.
Het winkeltje en de boeken worden met liefde omringd. Sango kan schoonmaken als de beste, ze veegt de vloer aan en streelt de boeken met een plumeau. Ze combineert prozaïsche bezigheden met ingewikkelde vraagstukken als ‘hoe moet het met de boekenwinkel als ik er niet meer voor zorg?’. En verder volgt ze de raad van een wijze buurman die het winkeltje al jarenlang kent om de klanten in de tweedehandsboekenwinkel niet op een al te uitbundige manier te begroeten. ‘Denk om die oude boeken, als je zo hard roept schrikken ze zich wezenloos’, weet de man.
Sango en Mikiki luisteren wel nauwgezet naar de speciale verzoeken van het cliënteel.
In elk hoofdstukje komt er een klant die een welbepaald boek wil vinden of een oplossing voor een probleem zoekt. Vaak eindigt het winkelbezoek ermee dat Sango en Mikiki hun middageten met de klant delen en hij of zij later met een boek of wat wijsheid de winkel uitstapt.
Er ontstaan ook vriendschappen. Wanneer Mikiki met een medewerker van een uitgeverij en een aankomend schrijver een bar bezoekt, delen ze hun onrust over de boekenwereld.
‘Waar ik nog het bangst voor ben is dat de mensen langzamerhand aan zo’n leven gewend raken. Een leven met bibliotheken die dicht zijn, een leven zonder boekenwinkels, zonder boeken. Natuurlijk doen e-books en andere webcontent het dan juist goed. Straks vindt iedereen het wel best zo en zijn er op den duur helemaal geen boeken meer.’
Gelukkig vormt ‘Boeken, thee & troost’ van Hika Harada in zijn verzorgde uitgave een pleidooi voor boeken zoals we ze hopelijk nog heel lang zullen kennen.
‘Boeken, thee & troost’ van Hika Harada werd uit het Japans vertaald door Gertie Mulder en uitgegeven door Ambo/Anthos Amsterdam
Brieven als delicatesse
Hatoko is vijfentwintig als ze de Tsubaki-schrijfwarenwinkel van haar grootmoeder overneemt. Haar naam betekent duivenmeisje en ze wordt Poppo-chan genoemd, zoals kinderen in Kamakura de duiven noemen.
Kamakura is een plaats aan een prachtige baai zo een vijftig kilometer van Tokio verwijderd. Het stadje is door bergen omgeven en afgezoomd door de zee en telt heel veel tempels die voor Poppo-chan rustplaatsen zijn. Ze geeft te kennen niet echt ‘gelovig’ te zijn en gaat niet in op de diverse strekkingen van boeddhisme in de vele tempels. Maar ze houdt de tradities in ere en zo blijkt wel dat een zekere spiritualiteit haar leven richting geeft.
In de Tsubaki-schrijfwarenwinkel worden alle mogelijke soorten van potloden, pennen, inkt, papier en briefomslagen verkocht. Behalve dat biedt Poppo-chan haar diensten aan als brievenschrijfster. Ook dat doet ze in de traditie van haar grootmoeder die ze steevast haar voorgangster noemt.
Sommige mensen zijn niet zo vaardig met woorden en wenden zich dan tot de professionele brievenschrijfster. Het kan gaan over zakelijke of delicate en gevoelige kwesties. Op die manier krijgt Poppo-chan, die behoorlijk wat werk heeft, een inkijk in het leven van haar cliënteel.
Ze probeert haar opdracht zo doordacht en fijngevoelig mogelijk uit te voeren. Ze leeft zich zo goed mogelijk in haar opdrachtgever in want ‘een brief is een deel van degene die hem schrijft’, meent de brievenschrijfster.
‘Onder een hemel die ver van jou vandaan is, wens ik je veel geluk toe’… laat ze een man aan zijn ex-vrouw schrijven.
De omslag van een zakelijke brief voorziet ze van een stempel met de zenboeddhistische stelregel ‘Accepteer wat je hebt en wees daar tevreden mee’.
Bitterzoet
Niet alleen de inhoud is belangrijk. Dat leerde ze van haar grootmoeder die haar een behoorlijk harde leerschool in kalligrafie gaf. ‘Mijn voorgangster kon niet goed tegen te veel vrije tijd’, zegt Poppo-chan over haar veeleisende oma. Oorspronkelijk wilde Poppo-chan niet zomaar in het gelid lopen en was ze niet dol op de kalligrafielessen. Maar eenmaal jongvolwassen blijkt dat het beroep van brievenschrijfster haar best veel voldoening geeft.
Ze zoekt voor elke brief het aangepaste lettertype uit, Japans of Chinees. Met de juiste soort inkt, die ze soms ook zelf maakt, zet ze de brief op het geschikte papier. De brieven vormen dus kleine kunstwerkjes en worden zo nu en dan in het boek gereproduceerd.
Tussendoor onderhoudt Poppo-chan een vriendschappelijke relatie met haar naaste buurvrouw. Ze praten over de heg tussen de tuinen en kunnen zelfs elkaar goede morgen wensen door de open ramen, zo dicht wonen ze bij elkaar. Ze eten vaak samen want ook in dit boek doet een aantal Japanse gerechten watertanden.
Poppo-chan is even goed bevriend met een jong kind dat door haar vader QP-chan wordt genoemd en die kampioen is in spiegelbeeld schrijven. Haar moeder is ‘in de hemel’, vertelt het meisje.
Maar als het weer winter en nieuwjaar wordt proeft Poppo-chan bij het drinken van de sake in de tempel van Zaimokuza ‘de typische bittere, zoete smaak van een nieuw jaar’. (…) Met mijn gezicht opgeheven naar de blauwe hemel vroeg ik me af wat voor jaar ik ervan zou maken en welke karakters ik daarvoor zou gebruiken bij mijn kakizome (kalligrafie die wordt geschreven aan het begin van een nieuw jaar). (…) Maar ik kwam niet op het woord dat qua vorm precies paste bij het gapende gat in mijn hart.
Zo blijkt dat Poppo-chan, die zich voor de tijd van haar werk in zovele levens probeert thuis te voelen, zelf in een leeg huis woont.
Wanneer het weer lente wordt, nodigt QP-chans vader Poppo-chan uit om een verkenningstocht langs alle curryrestaurants van Kamakura te gaan maken. ‘Een jaar daarvoor zou ik me niet op mijn gemak gevoeld hebben en waarschijnlijk was ik toen niet meegegaan. Ik had mijn handen vol aan mijn eigen winkeltje en ik denk niet dat ik er de tijd voor gehad had. Maar nu was het anders. Ik vond het moeilijk om uit te leggen waar dat aan lag, maar het stond vast dat het anders was.’
‘De Tsubaki-schrijfwarenwinkel van Ita Ogawa werd uit het Japans vertaald door Maria Smolders en uitgegeven door Ambo/Anthos Amsterdam


