‘Met de feeën – Per zeilschip door de
Keltische zeeën’ van Sylvain Tesson

Door | februari 1, 2026

Als ‘Met de Feeën’ een feeëriek boek is, heeft dat niets met feeën te maken. Zij zijn het niet die de Franse auteur Sylvain Tesson (°1972) bekoren. Wel de verschijnselen zoals ze zijn wanneer we ze willen zien.

In zijn ‘amfibiereis’, grotendeels langs de kusten zeilend afgewisseld met wandel- en fietstochten, gaat hij van Bretagne naar Engeland, Wales, Ierland en Schotland.

Tesson schuwt de ruige gebieden niet. Langs de Keltische kusten gaat hij op zoek naar ‘zijn feeën’ die hij beschrijft als ‘een kant van de werkelijkheid die zich door een bepaalde manier van kijken laat onthullen: een middel om de wereld te betrappen en er een wonder te ontsluieren.’

Want tot zijn spijt moesten de feeën vluchten ‘naar de uiterste randen, deze plooiingen van aarde, licht en zee.‘  Achter de landtongen die in de ziedende zee uitsteken, strekt zich het land uit. Tesson houdt minder van de oprukkende akkers, verkeerswegen en gelukzalige huizen met dakramen op zee en forse bolides geparkeerd achter de hagen. Want ook dat is ook een manier om de feeën aan de randen te vangen of te verjagen.

‘Met de feeën’ is een boek vol melancholie over wat verloren is en diep geluk over wat nog rest. ‘Alles in deze wereld is veranderd, behalve het woelen van de zee, de weidsheid van de hemel en de warmte van de zon op je huid.’

Een boot en een bibliotheek

Tesson had zich voor zijn zeereis omringd met een stel goede vrienden. Een schipper voor het zeiljacht van negenenveertig voet en een dromer die eigenlijk aan het Baikalmeer in Siberië zijn ware thuis heeft.

Ook was de boot afgeladen vol met boeken, precies zoals Amundsen voor zijn tocht naar de zuidpool duizenden boekwerken aan boord had hoewel bij de eerste zeegang niemand meer aan het lezen van Kierkegaard toekomt, weet Tesson te vertellen.

De Franse schrijver heeft grote Franse klassiekers aan boord, Nietzsche en negentiende eeuwse Engelse dichters. En Simenon voor wanneer heimwee naar ‘de kleffe vertrouwdheid van het Gare du Nord en omstreken’ opduikt. Op de werktafel van het schip liggen ook historische naslagwerken over de Keltische beschaving en Bretonse mythologieën.

Wie zijn de Kelten?

‘Over de Kelten sprak men veel, schreef men van alles en nog wat en wist men niets’, aldus Tesson. Volgens zijn lezing vluchtten ze in de vijfde eeuw uit Midden-Europa en de Donauvallei en vestigden ze zich aan de rand van de oceaan die de schrijver nu afreist. Ze lieten er heel wat na, een taal, kunstige bronzen voorwerpen en grafheuvels. De verhalen over de Kelten ontstonden volgens Tesson vooral in de dweperige verbeelding van schrijvers uit de periode van de romantiek.

Tesson is uitermate gefascineerd door menhirs waarrond hij allerlei theorieën bedenkt. Onder meer vermoedt hij dat de mens ze oprichtte als rustplaats voor zijn eigen onrust, een inerte massa als tegenhanger van zijn eigen almaar verlangend ronddwalen.

‘Met de feeën’ is een reisverslag zwaar van overpeinzingen en licht van gloeiende zonsondergangen, barok zonder overladen te zijn.

‘Met de feeën – Per zeilschip door de Keltische zeeën’ is uitgegeven bij de Arbeiderspers en vertaald door Roland Fagel.