‘De koloniale tentoonstelling’ van Erik Orsenna
Als in coronatijden de eigen boekenplank een boekenwinkel wordt…

By | april 13, 2020

‘De koloniale tentoonstelling’ is in feite een expositie van een mensenleven. Gabriël Orsenna vertelt zijn leven aan zichzelf en aan de zoon die hij nooit had.

Een leven met uitgestalde filosofische, erotische, politieke en historische curiosa, waarbij je als lezer geboeid de zalen en de vitrinekasten afgaat. Aan het einde moet je vaststellen, het is zoals alle levens, een rariteitenkabinet van uitzonderlijke betekenis voor wie erbij was.

Erik Orsenna speelt met namen. Orsenna is de ‘nom de plume’ van de auteur en tegelijk de naam van het hoofdpersonage Gabriël. In werkelijkheid heet de schrijver Arnoult, een naam die eveneens in de roman opduikt als naam van Gabriëls baas in een rubberfabriek in Clermont-Ferrand.

Gabriël Orsenna is de zoon van een boekhandelaar, gespecialiseerd in reisverhalen. Vader Louis ontving bij voorkeur vrouwelijke klanten en heeft Gabriël en passant in zijn boekhandel verwekt. De moeder is meteen na de bevalling in 1883 vertrokken. De vader, amper zeventien jaar ouder dan het pasgeboren jongetje, vult de leemte aan met geweldige verhalen over vrouwen.

Wat Gabriël aan het begin van het heel lange verhaal doet opmerken, ‘De verhouding tussen mijn vader en de waarheid was geen erg standvastige. In ieder geval is het zo dat ik van toen af lijd aan een vreemd soort doofheid voor alles wat niet de vrouwen betreft. Voor liefdesverhalen, geruis van rokken en kousen heb ik een uitzonderlijk fijn gehoor. Wat de rest betreft moet ik scherp, heel scherp luisteren: alle andere geluiden in de schepping komen van heel ver, lijken al bijna verstorven wanneer ze me bereiken.’

Zo komt het dat Gabriël behalve voor vrouwen slechts een andere passie heeft en wel voor rubber. Heel jong krijgt hij van zijn vader een gummi bal die hij almaar laat stuiteren, een bezigheid die zijn gevoelige zenuwen kalmeert.

Driehoeksverhouding

Louis Orsenna is een atypische vader die in de eerste plaats zijn eigen libido achterna holt en daarna  zijn seriële interesses. Nu eens wil hij naar de koloniën, dan weer schrikken de tropische ziekten hem af. De koloniale tentoonstelling in Parijs vormt een uitgelezen alternatief voor Louis Orsenna.

Gabriël moet in het begin gewoon zijn vader volgen, als een soort jongere broer die zijn belangstellingen deelt. Toch vindt de zoon er later een heel eigen versie van uit.

Hij raakt geïnteresseerd in het positivisme en als de pas opgerichte republiek Brazilië Auguste Comte als leermeester uitkiest, stelt Gabriël zich kandidaat om de Europese ambassadeurs alle  wetenswaardigheden over de denker bij te brengen. Hij reist naar Groot-Brittannië om zijn kandidatuur bij de Braziliaanse consul te verdedigen, meteen een absoluut keerpunt in zijn leven. Want tijdens de uiterst stormachtige overtocht op het kanaal ontmoet hij de Joodse familie Knight. Gabriël wordt op slag verliefd op de nog piepjonge dochters, Clara en Ann. Een liefde voor het leven waarbij hij onmogelijk tussen een van beide kan kiezen.

Clara en Ann vormen samen de obsessie van zijn leven en op haar beurt is die liefde de kern van de roman. Noch moeder noch vader Knight maken een probleem van de driehoeksverhouding. Marcus accepteert hem op zijn vriendelijke manier als schoonzoon. ‘Geen enkele vader van een jong meisje gelooft eigenlijk, hoezeer hij zich ook inspant, in het bestaan van zijn schoonzoon. Op zijn best gaat het om een aardig spook. Het voordeel van spoken is dat ze, hoewel ze zich in lakens hullen, niet in bedden huizen.’

Elisabeth zal Gabriël, in afwachting dat haar dochters volwassen worden, voorbereiden en harden. Dat haar eigenzinnige dochters het hem niet makkelijk zullen maken, staat voor haar vast.

Uiteindelijk kiest Gabriël voor Clara als echtgenote en neemt haar mee naar Brazilië. ‘En als je dan wilt toegeven dat het huwelijk uit liefde een even gewaagde hypothese is als in de vijftiende eeuw de ronde vorm van de aarde, dan wordt de gelijkenis tussen de overtocht in 1492 en die in 1913 treffend.’

‘Hebben en houden’

Gabriël legt een slingerend parcours af. Planmatigheid is er niet en waarom zou het? Ook in Gabriëls leven heeft elke dag genoeg aan zijn eigen zorgen.

Zijn initiële liefde voor rubber zet hij om in een professionele bezigheid. Als ingenieur-pneumatoloog reist hij naar Brazilië om er de tanende rubberplantages te sluiten en de seringueros definitief aan hun lot over te laten. Rubber is nu eenmaal een grondstof met een bijzonder pijnlijke geschiedenis.
Terug in Frankrijk legt Gabriël zich helemaal toe op het ontwerpen van de beste banden voor raceauto’s voor de beginnende formule-1 wedstrijden.
Tijdens de tweede wereldoorlog gaat hij in het verzet en probeert de Britse tanks voor de landing in Normandië van rubber te voorzien.

Al die tijd zijn er drie figuren die, nu eens dicht dan weer ver, om hem heen cirkelen. Clara als angstige, zoekende echtgenote. Ann als wellustige schoonzus die de fysieke terughoudendheid van haar zus compenseert. En vader Louis die zijn zoon van de obsessie met de zussen wil afhelpen zodat hij een ‘echte’ vrouw kan vinden.
Gabriël zelf blijkt even veerkrachtig te zijn als rubber en komt er steeds weer bovenop. ‘Zodra de oorlog voorbij is, wil ik hier komen wonen, met al mijn hebben en houden, met Ann en Clara (wie van de twee was het ‘hebben’ en wie het ‘houden’?)

Zachte ironie

Gabriël houdt zijn leven als een verhaal bijeen. Nu eens als dagboek of brief maar meestal als gewone vertelling. De ene keer neemt hij zijn eigen ik-standpunt in, de andere keer heeft hij het over Gabriël als derde persoon. Maar de stijl blijft altijd die van de zachte ironie.

Erik Orsenna schrijft ongelooflijk ‘rad van tong’, als je dat tenminste over een schrijfstijl kunt zeggen. Een tikkeltje brutaal, altijd net iets te vinnig om nog echt vriendelijk te zijn. De eerste prooi van de typerende schetsen is Gabriël zelf.

‘De koloniale tentoonstelling’ is een traag en breed vloeiend verhaal, zoals de Amazone waarop Gabriël voer. Er stroomt veel mee van de auteur Orsenna, zijn filosofische, politieke, economische achtergrond. En vooral de mooie taal die hij als lid van de Franse Académie française verdedigt, in de uitgave van 1989 prachtig vertaald door Chris Van De Poel.

‘L’Exposition coloniale’ ontving de Prix Goncourt in 1988.

‘De koloniale tentoonstelling’ van Erik Orsenna was uitgegeven bij Goossens Kritak, 415 blz. – ISBN 90 6303 277 3. Het boek is nog tweedehands te koop, o.a. bij Snuffel, Hasselt, voor slechts 5 euro.

Recenter werk van Erik Orsenna verscheen bij Uitgeverij Vleugels, o.a. ‘Twee Zomers’.

<code></code>