De pijnboomeilanden van Marion Poschmann
Lichtvoetig langs de afgrond wandelen

By | Juni 14, 2019

Zenboeddhisten weten dat onze gedachten geen feiten zijn maar onrustige golven waar we ons beter niet helemaal door laten overspoelen. Toch laat het hoofdpersonage van ‘De pijnboomeilanden’ van Marion Poschmann uitgerekend dat gebeuren. Gilbert droomt dat zijn vrouw hem ontrouw is en kan vanaf dat moment de gedachte van bedrog niet meer van zich afzetten.

Gilbert Silvester is een weinig succesvolle academicus. Als docent cultuurgeschiedenis werkt hij de ene na de andere bizarre opdracht af, zonder een bepaalde voldoening of waardering van buitenaf. Zo onderzoekt hij op het moment van zijn droom ‘wat het effect is van het uitbeelden van de baard in films’.

Gilbert is op een zijspoor gemanoeuvreerd door minder getalenteerde en minder intelligente mensen dan hij. Alleen al omdat hij het spel niet meespeelde maar zich altijd overdreven kritisch opstelde. Dat is althans hoe hij zelf zijn situatie inschat. Zijn vrouw Mathilda heeft wel degelijk een succesvolle carrière en het is dus niet verwonderlijk dat Gilbert zich misschien onbewust maar wel wezenlijk minderwaardig voelt.

Transparant

In elk geval neemt hij de morgen na de verwarrende droom over echtbreuk de impulsieve beslissing om te vertrekken, liefst zo ver mogelijk. Japan wordt de bestemming, hoewel hij ‘theelanden’ en hun mystiek tot nu toe had vermeden.

Ook aan de andere kant van de wereld volhardt hij in zijn obsessie. Ondanks de ontkenning van zijn vrouw en haar verwijt dat hij haar zonder verwittiging verliet, blijft hij haar de schuld toeschuiven. Gilbert is het contact met de werkelijkheid volkomen kwijt.

De doorzichtigheid van de groene thee, de ijswitte hotelkamer, de glazen fronten van Tokio, maken dat Gilbert zich ‘transparant’ gaat voelen. Niet helder of licht maar krachteloos.

‘Zijn talent om ruimte in te nemen, lucht te verplaatsen, om met zijn lichaam op de vrijgekomen plek te gaan staan, leek op een vreemde manier aangetast.’

In Japan wil hij, met het reisdagboek van de zeventiende eeuwse dichter Basho als gezel, de tocht naar de pijnboomeilanden ondernemen. Als hij de dag na zijn aankomst meteen op weg gaat, ontmoet hij Yosa Tamagotchi in het station. Nog wel als de jonge man op het punt staat om over het hek dat de treinreizigers van de sporen scheidt, te klimmen en zo zijn leven te beëindigen.

Vanaf dat moment neemt Gilbert de student onder zijn hoede. Het is zijn bedoeling de wanhoopsdaad te voorkomen, niet dat Yosa van gedachte verandert, hij heeft niet voor niets een handleiding voor zelfmoord in zijn onafscheidelijke tas. Gilbert en Yosa gaan samen op reis naar de pijnboomeilanden om er de maan te zien onder gaan. Maar volgens Yosa zou het niet eens zo een beroerde plek zijn om zelfmoord te plegen.

Poëzie gaat voor op verhaal

Zwaarmoedigheid is ver weg in het boek. Gilbert  en Yosa verkennen haast op speelse wijze de plekken die voor zelfmoord in aanmerking komen. En onderweg schrijven ze kettinggedichten, haiku’s waarbij de ene een gedachte van de andere afrondt.

Tijdens de reis ervaren ze de bloesemschoonheid waarbij vluchtigheid en verlangen in elkaar overlopen. De poëzie heeft voorrang op het verhaal.

Ze lopen in Basho’s voetspoor. De eenzame wandelaar die zich van zijn melancholie genas, desnoods voor een ogenblik, door de verbondenheid met de natuur te voelen. De denker die niet wenste te analyseren maar contemplatief toe te kijken. Tevreden was met de eenvoud, met wat is en de onvermijdelijkheid ervan als de wisseling van de seizoenen.

‘(…) de Steen in zee, Oki no Ishi en de Pijnbomenheuvel van Sue, Sue-no- Matsuyama (…). Al deze plekken vormen het middelpunt van vele verhalen over teleurgestelde liefdes, zodat ook ik het uiteindelijk gepast acht om ze op te zoeken. Als ik jou ooit veronachtzaamde en je verbande uit mijn hart, zouden hoge golven de pijnbomenheuvel van Sue overdekken.’, schrijft Gilbert in een brief aan Mathilda.

Even goed stelt hij nuchter vast hoe het Japan van Basho is terug gedrongen door bouwwerven, kranen en uitdijende woonwijken.

Marion Poschmann schrijft licht ironisch, rustig en onverstoorbaar een tragisch boek. Een beetje als het tweespalt dat in het oosten altijd geldt, leegte waarbij in alles geest schuilt, doen zonder te doen, drama zonder hysterie. Een boek dat de lezer rust brengt.

De pijnboomeilanden van Marion Poschmann is uitgegeven bij Ambo/Anthos, telt 173 bladzijden,
ISBN 9789026343421
De mooie vertaling is van Annemarie Vlaming, zonde van enkele onooglijke foutjes.