Gendergelijkheid als motor van economische ontwikkeling

Door | november 8, 2011

dinsdag 8 november 2011 – (Marleen De Geest) – Vrouwen ‘hebben het goed’ in de westerse wereld. Het Global Gender Gap report van het World Economic Forum (WEF) geeft inhoud aan dat aanvoelen, de genderkloof is er voor driekwart of meer gedempt en IJsland en de Scandinavische landen blijven in de voorhoede. Wereldwijd echter wordt het vrouwelijk potentieel onderbenut en ook het feit dat globaal minder dan twintig procent van de besluitvorming in vrouwenhanden is vormt een gemiste kans, aldus Klaus Schwab, stichter en voorzitter van het WEF.

[ad#ad1]

Er is aanzienlijke vooruitgang, zo meldt het zesde Global Gender Gap report 2011, globaal genomen is de genderkloof op vlak van gezondheid en onderwijs voor meer dan negentig procent overbrugd. De economische participatie van vrouwen blijft echter hangen zodat de score wat dat betreft slechts op zestig procent uitkomt.

De belangrijkste prioriteit voor heel wat landen, aldus de auteurs van het rapport, is een beleid uit te werken waardoor huwelijk en moederschap niet langer in de weg staan van beroepsbezigheden van de vrouw, wat tot nu toe wel het geval is. Door het negeren van de helft van de bevolking blokkeren landen hun economische groei. De correlatie tussen minder genderongelijkheid en economische competitiviteit staat vast, de wisselwerking tussen de twee factoren ligt voor de hand.

Het Global Gender Gap report maakt een rangschikking van 135 landen, of 93 procent van de wereldbevolking, op basis van de manier waarop ze middelen en kansen over hun vrouwelijke en mannelijke populatie verdelen. De economische en politieke participatie, onderwijs, gezondheid, overlevingskansen en sekseratio vormen de criteria, de data worden door de Verenigde Naties verstrekt.

Als de genderkloof al voor een groot deel is overbrugd, blijft de kloof tussen ontwikkelde en ontwikkelingslanden wel bestaan. Echt alarmerend is de lage levensverwachting en het moeilijk uit roeien analfabetisme van vrouwen in delen van Afrika en Azië. Zo situeert China zich op de derde laatste plaats wat betreft overlevingskansen en gezondheid van vrouwen. De Filipijnen scoren dan weer uitstekend wat gezondheid en onderwijs betreft. India is inzake gendergelijkheid het laagste gerangschikt van alle BRIC landen.
Iran, Nepal en Pakistan bungelen achteraan in de rangschikking van Aziatische landen.

Vrouwelijke professionals en vrouwen in technologische functies trekken de score van Cuba op en Brazilië dankt zijn lichte vooruitgang aan de loonsverhoging voor vrouwen en het aantreden van president Dilma Roussef. De genderkloof verhoogt daarentegen in Colombia en El Salvador.

In Afrika kent Lesotho geen kloof op vlak van onderwijs en gezondheid en voor Burundi worden zelfs meer vrouwelijke werkkrachten dan mannelijke genoteerd, al wordt niet aangegeven hoe dat laatste moet worden geïnterpreteerd. De genderkloof neemt wel toe in Nigeria, Mali en Tanzania.
Van de Arabische landen scoren de Verenigde Arabische Emiraten het best en Jemen is en blijft de globale hekkensluiter op vlak van gendergelijkheid.

De Verenigde Staten staan op de zeventiende plaats en Frankrijk is slechts op 48 terug te vinden in de globale rangschikking. IJsland blijft aan de top, onmiddellijk gevolgd door de Scandinavische landen.
België zit op de dertiende plaats en wordt door Duitsland voorafgegaan maar Nederland en het Verenigd Koninkrijk zitten iets verderop in de rangschikking. De beperkte deelname van vrouwen aan het politiek bestel haalt de score van ons land naar beneden en ook wat professioneel werk betreft, is de kloof slechts voor goed zeventig procent gedempt.

[ad#ad3]

Een reactie achterlaten