Madeleine Albright: Praagse Winter

By | September 20, 2012

(Chris Vermuyten) – Praagse Winter is een kroniek van een donkere periode uit de geschiedenis, opgetekend door een Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken: Madeleine Albright. Zij werd in Tsjechië geboren in een diplomatenfamilie. Het is een periode die haar familie rechtstreeks treft, een feit waar ze zich pas op 59-jarige leeftijd bewust van werd.

Madeleine Albright, was één van de meest opvallende Amerikaanse Secretary of State’s, zeg maar minister van Buitenlandse zaken. Ze bracht haar leven door in bevoorrechte kringen, onwetend van het feit dat een deel van haar familie slachtoffer was van de oorlogsgruwel in Tsjechië. Net zoals ze lang niets wist over haar Joodse roots. Pas in 1997 ontdekt Madeleine Albright, via een brief van een leeftijdgenote van haar grootouders, dat die grootouders Joods waren en de tweede wereldoorlog niet hebben overleefd. Het was een deel van het verleden dat haar ouders voor haar hadden verzwegen, ze werd zelf gedoopt en Christelijk opgevoed. Waarom ze dat deden kan Madeleine Albright hen niet meer vragen, maar zelf denkt ze “dat mijn ouders zich bij de kerk aansloten vanwege het kind dat ze al hadden en de kinderen die ze nog van plan waren te krijgen…Ik vermoed dat mijn ouders dachten dat het leven voor ons gemakkelijker zou zijn als we Christelijk in plaats van Joods werden opgevoed.” (pg 194)

Ze groef zich samen met haar zus en broer een weg naar het verleden, en wist daarna deze pakkende geschiedenis vast te leggen. Door de specifieke aanpak van een familiegeschiedenis, slaagt ze erin een zeer menselijk en aangrijpend beeld van een duistere periode weer te geven. Want er is een verschil tussen weet hebben van gruwelen en een naam en gezicht kleven op daders en slachtoffers.

Madeleine Albright werd in 1937 in Praag geboren, als dochter van een Tsjechische diplomaat. Het gezin vlucht weg uit Praag na de Duitse invasie en vestigt zich in Londen. Na de oorlog keren ze terug, om definitief te vertrekken naar de USA in 1948 bij de invasie van de Sovjet-Unie. Aan de hand van het wedervaren van 25 van haar familieleden, vertelt ze hoe het de joden van Tsjechië verging. Degenen die niet wilden of konden vertrekken, kwamen bijna zonder uitzondering terecht in het getto  van Terezin, of Theresienstadt. De drie hoofdstukken over het leven in het getto is het meest beklijvende en hartverscheurende deel van het boek. De titel van één van de hoofdstukken: blind gehuilde ogen, zegt genoeg.

En toch is het geen donker boek geworden. Ze heeft oog voor de ‘petit histoire’, het alledaagse leven. Zowel haar eigen alledaagse leven in een Londen waar het Engels met Tsjechisch accent niet altijd juist begrepen werd, als het alledaagse leven in het getto, zorgt voor verlichting.  Want ook dat was er in Terezin. Er werden toneelstukken opgevoerd, er werd naar een binnen gesmokkelde radio geluisterd… Daarenboven licht de onderkoelde humor de hoofdstukken op. “Hoe zou een natie (Groot-Brittannië) waarvan de elite sandwiches met komkommer en waterkers nuttigde, nazi-Duitsland ooit kunnen verslaan?” (pg 162)

Albright blijft geloven in de mensheid. Ze sluit af met deze bemerking:“Er staan veel voorbeelden van wreedheid en verraad in dit boek, maar dat zijn niet de dingen die ik meeneem naar het volgende hoofdstuk van mijn leven. In de wereld waarin ik wil leven maakt zelfs de koudste winter plaats voor de lente en is er zelfs bij de somberste kijk op de menselijke natuur nog wel een lichtpuntje te ontdekken.” (pg 396)

Madeleine Albright, Praagse Winter

Vertaald door Corrie van den Berg en Carola Kloos

Ambo/Amsterdam

447 pg

24,95 €

 

Geef een reactie