Het universum uitgelegd aan mijn kleinkinderen

Door | januari 16, 2013

Kosmos betekent letterlijk ‘sieraad’ of ‘pronkstuk’. Het schitterend geheel gaf echter nog lang niet zijn laatste geheimen prijs en wat tot nog toe is gekend is evenmin makkelijk te begrijpen. De Frans-Canadese sterrenkundige Hubert Reeves werpt een licht op de nevelige oneindigheid in ‘Het universum uitgelegd aan mijn kleinkinderen.’

[ad#ad1]

Sinds er mensen op onze aarde rondlopen zijn ze door het heelal gefascineerd en willen ze zien wat aan ons blikveld is onttrokken en begrijpen wat tot nog toe onbegrijpbaar is. Vanaf het moment dat goden hun greep op de werkelijkheid verloren en mythen niet langer als verklaring voor de verschijnselen werden ingeroepen, en dat is zowat 6000 jaar voor Christus, hielden filosofen zich bezig met het zoeken naar verklaringen voor ‘wat is’. De eerste filosofen zijn dan ook natuurfilosofen die naar een materieel oerbeginsel zoeken, een ‘oerstof’ waaruit de hele werkelijkheid bestaat. Voor Thales van Milete is de oerstof water en voor Anaximenes vervult water die rol. Achtduizend jaar en een gigantische technologische evolutie later staat de astronomische kennis iets verder.

De Frans-Canadese sterrenkundige Hubert Reeves speelt voor ons allemaal de lieve opa die ons de wonderlijke wereld en wat erover te weten valt geduldig uitlegt, opdat wij het op onze beurt met kinderen, kleinkinderen of andere geïnteresseerden kunnen delen.
Om de belangstelling te laten ontstaan en groeien is het misschien goed om, zoals Reeves en zijn veertienjarige kleindochter deden, in een heldere nachthemel naar de sterren te kijken.
Eerst is de zon moeten ondergaan. De zon is een ster zoals de andere die we ‘s nachts zien. Alleen staan die veel verder weg. Terwijl de zon amper acht ‘lichtminuten’ van ons af ligt, bevinden sommige sterren zich op duizenden ‘lichtjaren’ afstand. De Poolster die het noorden aangeeft, is slechts 430 jaar verwijderd. Wat toch nog altijd betekent dat het licht van de Poolster dat we vandaag zien rond 1580 van daar is vertrokken.

Sterrenstof

De eerste sterren werden 400 miljoen jaar na de Oerknal gevormd, en daarmee was de kringloop die we sterevolutie noemen begonnen. Een ster ontstaat, haalt zijn energie uit het waterstof en helium in zijn kern, en implodeert aan het einde van zijn bestaan, waarbij de zware elementen die hij heeft gemaakt naar de rest van het heelal worden uitgestoten. Daar belanden ze in een nieuwe ster of in een planeet die om die ster heen draait.
De leeftijd van ons zonnestelsel werd bepaald door de graad van radioactiviteit te meten in stenen van meteorieten en van de maan. Aan de hand van de halveringstijd van uranium die een miljard jaar bedraagt, kan men afleiden dat ons zonnestelsel vierenhalf miljard jaar geleden ontstond.
Een mens kan natuurlijk wel opperen, wat kan het me allemaal schelen, het heelal is zo ver van me af dat het ook een andere realiteit lijkt. Maar het tegendeel is waar. We zijn immers allemaal uit sterrenstof gemaakt. Dat heeft met de bovengenoemde sterevolutie te maken. In de sterren is het miljoenen graden heet en vinden nucleaire reacties plaats waardoor nieuwe atomen ontstaan die zich in het hemellichaam opstapelen. Als de ster ooit aan haar eind komt en uit elkaar valt, zwerven die atomen in de ruimte rond. Een zeker aantal zal in op onze aarde terechtkomen, in de bodem en in de oceanen en van daaruit worden ze bouwstof voor nieuwe levende wezens. Atomen gaan nooit dood, ze worden onophoudelijk gerecycled in een immense kringloop die de hele planeet omvat.

Lot van de loterij

Natuurlijk vraagt Reeves’ kleindochter zich ook af of we alleen zijn in het heelal of dat er integendeel ergens soortgenoten zouden kunnen bestaan. Waarop opa gewoon moet bekennen dat hij het niet weet. Er is nergens een bewijs dat er ander leven is. Maar ‘afwezigheid van bewijs is geen bewijs van afwezigheid’, zoals de voorzichtige wetenschapper Reeves het stelt.

In elk geval is het zo dat onze aarde de enige planeet is die een atmosfeer met zuurstof heeft. Dat leven is minder dan vier miljard jaar geleden ontstaan in de vorm van microscopisch kleine cellen in grote waterplassen. Die organismen veranderden door hun ademhaling de atmosfeer, er ontstond zuurstof. Als het leven op aarde zou verdwijnen zou de atmosfeer weer uit kooldioxide bestaan zoals rond Mars en Venus.

Bovendien, via simulaties hebben wetenschappers het effect van andere mogelijke ontwikkelingen  in een universum uitgeprobeerd. Daaruit bleek dat geen enkele andere reeks van gebeurtenissen leven voortbracht. Waaruit Reeves voorlopig besluit dat de wetten van de natuurkunde in ons heelal precies de vereiste eigenschappen hebben om de toenemende complexiteit te verklaren en bewust leven te laten ontstaan. Een soort lot van de loterij, alles wel beschouwd.

‘Het universum aan mijn kleinkinderen uitgelegd’ is al naargelang het soort verstand dat de lezer bezit minder of meer bevattelijk. De sterrenkundige schrijver wordt hier en daar dichterlijk. Meerdere keren in het verhaal van de kosmos legt hij het verband uit tussen het bestaan van ieder mens en de oneindige omgeving en naar het einde van het boekje toe schuift hij ons een gigantische verantwoordelijkheid toe.
Opa toont zich ongerust over het vervolg van de mooie geschiedenis van de kosmos die door de ecologische crisis in gevaar komt. ‘De ecologische crisis kunnen we indirect verbinden met de verschijning van de intelligentie bij het menselijk ras, met de grootte van onze hersenen, met de huzarenstukjes ervan… Plato vertelt daarover de volgende legende: bij het verschijnen van de eerste levende wezens krijgen twee broers, Epimetheus en Prometheus, de opdracht om aan elke soort speciale gaven toe te kennen zodat ze de gevaren van de natuur het hoofd kunnen bieden. Epimetheus geeft de olifanten een geheugen, de katachtigen snelheid, de vogels het vermogen om te vliegen. Prometheus stelt vast dat zijn broer de mensen is vergeten en ter compensatie geeft hij ze intelligentie mee. Op die manier kunnen ze werktuigen maken en het vuur van de hemel voor zichzelf benutten.’

Reeves vindt dat de intelligentie nu een problematisch karakter heeft, we vinden bijvoorbeeld nuttige medicijnen uit maar plegen roofbouw op de natuur. ‘We roeien een heleboel dieren- en plantensoorten uit die er toch al honderden miljoenen jaren zijn. We ontdekken dat onze planeet niet oneindig is en lopen tegen die grens op… maar deze ecologische crisis die wij doormaken kan best een universeel verschijnsel zijn, iets waar de toenemende complexiteit, overal waar die hoge niveaus van intelligentie en bewustzijn bereikt, doorheen moet.’ Een interstellaire expeditie zou ons naar verschillende denkbeeldige situaties kunnen voeren om te kijken hoe die eruit zien als de intelligentietest gelukt of mislukt is. Onvoorstelbare ontwikkelingen of puinhopen, aldus de astronoom. Misschien maken onze kleinkinderen dat nog mee.

‘Het universum uitgelegd aan mijn kleinkinderen’ van Hubert Reeves is uitgegeven bij Thomas Rap. ISBN978-94-004-0351-2 telt 144 pagina’s en kost 14.90 euro.     

[ad#ad3]

Een reactie achterlaten