Author Archives: admin

‘Donker woud’ van Nicole Krauss

Verdwaald te midden van bomen waartussen we ooit vol verwondering leefden

– In sommige romans vormt de taal het verhaal. Dat is ook het geval voor ‘Donker woud’ van Nicole Krauss. Krauss’ taal heeft een heel apart parfum dat aan een andere wereld herinnert. In dit geval een plek met heel verschillende mogelijkheden dan deze die zich lijken af te tekenen.

Wat de Amerikaans-Joodse Nicole Krauss in ‘Donker woud’ vertelt is bij het einde van het boek niet eens echt duidelijk. Een Amerikaans-Joodse schrijfster – is het een andere of zijzelf – komt weer thuis. Tegelijk kun je je als lezer afvragen of ze wel echt is vertrokken en de reis die ze beschrijft heeft gemaakt.

Het verhaal van de schrijfster zit vol met metafysische bespiegelingen over de werkelijkheid die ze zelf als diffuus ervaart.

‘Het idee dat je op twee plaatsen tegelijk kunt zijn leeft bij mij al heel lang. Eigenlijk al zolang ik me kan herinneren. (…) Je zou kunnen zeggen dat het besef van het eigen ik bij jonge kinderen nog steeds poreus is. Dat het oceanische gevoel een tijd blijft aanhouden, net zolang tot we eindelijk overgaan tot het afbreken van de steigers langs de muren die we in opdracht van een aangeboren instinct moeizaam om ons heen bouwen, ondanks de treurig makende wetenschap dat we de rest van ons leven naar een vluchtweg zullen zoeken.

Ook is ze niet zeker dat er naast de rede geen andere weg bestaat om met de werkelijkheid om te gaan.

‘Net zoals religie zich heeft ontwikkeld tot een manier om over het onkenbare na te denken en er mee te léven, zo hebben we ons nu bekeerd tot de tegenovergestelde praktijk, waaraan we niet minder zijn toegewijd: de praktijk van alles weten, en geloven dat kennis concreet is en altijd bereikt wordt via de vermogens van het intellect. (…)Hoe meer Descartes het heeft over het volgen van een rechte lijn om uit het bos te komen, hoe fijner het me lijkt om te verdwalen in dat bos, waar we ooit vol verwondering hebben geleefd en hebben begrepen dat het een noodzakelijke voorwaarde was voor een authentiek bewustzijn van het zijn en van de wereld.’

Hilton Hotel

 In die geestelijke gesteldheid en de sfeer van een splijtende relatie beslist de schrijfster met een writer’s block haar thuis te verlaten en naar Israël te reizen. Meer bepaald naar het Hilton Hotel in Tel Aviv, de plek waar haar ouders haar ooit verwekten. Dan komt er in het boek toch een soort van verhaal op gang.

In Tel Aviv wordt ze gecontacteerd door de bizarre figuur Friedman die zich uitgeeft voor universiteitsprofessor maar even goed lid van de mossad, de Israëlische geheime dienst, zou kunnen zijn. Hij zadelt haar op met de opdracht om Kafka’s verhaal af te maken. Want de Joods-Tsjechische schrijver zou volgens Friedman niet in Praag zijn overleden maar zijn tuberculose hebben overwonnen en rustig oud zijn geworden in het Israëlische klimaat.

Het spreekt voor zich dat het een verhaal vol losse eindjes wordt en niets vast staat. Het wordt wel in de ik-vorm door de schrijfster verteld en volgestouwd met haar eigen bespiegelingen.

Parallel met de schrijfster vertrekt ook de Joods-Amerikaanse advocaat Epstein naar Israël. Zijn gebeurtenissen worden meer afstandelijk in de derde persoon overgebracht maar tegen een vaart die je als lezer bijna de adem beneemt. Tenminste bij het begin van de roman. Dan staat de man nog dicht bij de advocaat met het hectische leven die hij was, die in de hoogste kringen vertoefde en met zijn aanwezigheid de kamer vulde. Na zijn zestigste doet Epstein afstand van zijn fortuin en verdunt hij zijn persoonlijkheid tot de kwintessens. Dan vertraagt ook het ritme van zijn verhaal.

De advocaat wordt door een rabbijn als een afstammeling van koning David bestempeld en zou zelfs die rol gaan spelen in een film als hij niet van de set was weg gewandeld.

Unheimlichkeit

Krauss zet twee verhalen naast elkaar die alles behalve solide zijn en waar geen peil op te trekken valt.

‘Unheimlichkeit’ is dan ook een belangrijk thema van het boek. Unheimlichkeit zoals de Oostenrijks-Joodse psychoanalyticus Sigmund Freud haar determineerde. Als iets dat niet vreemd of onbekend is en daardoor angst inboezemt maar integendeel door en door bekend en vertrouwd is en door verdringing uit het zicht was verdwenen om dan weer de kop op te steken. Daarmee knoopt Freud aan bij het Hebreeuwse woord ‘olam’ voor wereld dat als wortel ‘alam’ heeft, wat ‘verschuilen’ of ‘verbergen’ betekent. ‘Voor de oude Joden was de wereld altijd zowel verscholen als zichtbaar gemaakt’, herinnert de schrijfster zich.

Zo is het Joods zijn het andere wezenlijke thema van ‘Donker woud’. De manier waarop Joden hun kinderen in een vast patroon dwingen, waarin ze hen de oude verhalen vertellen om vorm te geven aan het vormeloze. De conventionele oeroude verhalen die de schrijfster ook aan haar zoon doorgaf, omdat ze iets te bieden hebben maar ‘hem beroofde van de oneindige mogelijkheden om de wereld te doorgronden. (…)Uit liefde. Zodat hij de weg zou vinden in de wereld waar hij geen andere keuze heeft dan erin te leven.’ Niet voor niets is het boek aangevuld met een verklarende woordenlijst van Hebreeuwse begrippen.

Nicole Krauss schreef andermaal een prachtig boek dat evenwel nog cryptischer is dan haar voorgaande.
Het werd mooi vertaald door Rob van der Veer, uitgegeven bij Ambo/Anthos Amsterdam en telt 298 pagina’s. ISBN 978 90 263 3343 9

‘Alles goed’ in een stellige, eenduidige wereld

Naar verluidt zou de Franse componist Eric Satie (1866 – 1925) de beleefdheidsvraag ‘comment allez-vous?’ steevast hebben beantwoord met ‘comme vous voulez’.

Daarmee gaf Satie aan dat de beleefdheidsvraag, wat hem betrof, niet eens op een oprecht antwoord uit is.

Vandaag de dag klinkt de variant als ‘alles goed?’ Omdat de vraag als een vaststelling klinkt, kun je het gesprek niet meer de elegante wending geven die Satie had bedacht.

Het antwoord open laten, nuanceren of de vaststelling tegenspreken lijkt te gecompliceerd, te veel ruimte en tijd in beslag te nemen die de vraagsteller bovendien niet heeft voorzien.

‘Alles is veel’ denk ik iedere keer en een enkele keer krijg ik het ook over mijn lippen. Maar meestal antwoord ik beleefd en ontwijkend ‘ja dank u’.

En dus gaat alles goed in de beste der werelden. Alleen een kniesoor kan daar iets op tegen hebben.

Die stelligheid en eenduidigheid is langzaam maar zeker in onze taal en omgangsvormen geslopen.

Een mening wordt heel vaak bekrachtigd met het begrip ‘absoluut’. Wat betekent dat er geen zweempje twijfel rond hangt of er een relatief kantje aan vast zit.

Mocht dat toch het geval zijn dan wordt het vermoeden van weifelmoedigheid uit de wereld geholpen met de bewering dat iets ‘klopt’.

Met die benadering kun je vervolgens ‘aan de slag gaan’. En eenmaal dat tot een goed einde is gebracht, is het enkel wachten op een ‘like’.

Tja, zo eenvoudig kan het leven zijn.

 

‘De acht bergen’ van Paolo Cognetti – Veel existentiëler zal een roman niet meer worden

Mensen trekken de bergen in, laten er hun sporen achter, proberen ze te beheersen of er zich zelfs thuis te voelen. En toch is de hoofdrol in het boek weggelegd voor de bergen. Zij bepalen of het lukt en beslissen uiteindelijk over het lot van hun bezoekers.

AchtBergen02Cognetti schreef geen autobiografische roman, wel een soort van verlengstuk van zijn leven. Zoals het eventueel ook had kunnen zijn. Op die manier probeert hij greep te krijgen op mensen en dingen om hem heen en ze ook te ‘begrijpen’. Dat vindt hij nodig want hij houdt er oprecht van en die liefde is tastbaar in zijn verhaal. Mensen leven er niet langs elkaar heen maar zijn bijzonder betekenisvol voor elkaar, zelfs als het de schijn van het tegendeel heeft.

Dat maakt van ‘De acht bergen’ een existentieel boek. Het gaat over het echte leven, niet zoals het wordt gedroomd of geprojecteerd maar zoals het echt wordt geleefd. Dag in dag uit, seizoen per seizoen, jaar na jaar. Het wordt een bouwproces. Met een paar bewust gekozen bouwstenen en de nodige toevalligheden en wisselvalligheden.

Mysterieuze lariksen    

Pietro verblijft samen met zijn ouders elke zomer in het dorpje Grana in de Italiaanse Alpen. Daar sluit hij, door toedoen van zijn moeder, vriendschap met zijn leeftijdsgenoot Bruno. Een vriendschap die samen valt met de alpenweiden, de koeien, het spiegelende water van bergmeren, de mysterieuze lariksen en in gesleten raakt in ruwe rotsen.

Op Pietro’s vraag waarom mensen voor zo een hard bestaan als het leven in de bergen kiezen,  antwoordt zijn vader ‘Daar hebben ze heus niet voor gekozen. Als iemand op grote hoogte gaat wonen, dan is dat omdat ze hem beneden niet met rust laten.’

De personages die over de acht bergen rondzwerven hebben het dan ook niet zo op de mensheid begrepen. Bruno is zwijgzaam, vooral in zijn jeugd omdat hij ronduit mentaal wordt verwaarloosd. In weerwil daarvan kan hij zich prima redden in de bergen, klimt en klautert, waadt door beken en vindt door wie weet welk instinct of voorkennis steeds de weg in het bos.

Het is Pietro’s moeder die hem echt tot zichzelf brengt. ‘Mijn moeder vond het nodig om zich met de levens van anderen te bemoeien’, vertelt Pietro. Ze biedt Bruno boeken aan en investeert tijd in zijn schoolse opvoeding. Dat verleent een bijkomende dimensie aan zijn leven want hij kan er nu ook over nadenken. Pietro en Bruno hebben veel te bespreken en uit te wisselen tijdens hun lange tochten. En zo blijkt dat mensen, ook de in zichzelf gekeerde, toch weer door anderen worden gemaakt en geboetseerd tot wie ze zijn.

Ook het landschap levert zijn bijdrage. De noodzakelijke zon- en schaduwzijde van een berg, de vallei die ‘s winters volkomen somber en vrieskoud blijft omdat het licht er amper doordringt. De onherbergzaamheid van de hoogten tekent zijn bewoners.

Zo vergaat het mettertijd ook Pietro zelf. ‘Het was vooral mijn vermogen om alleen te zijn dat ik moest beschermen. Ik had tijd nodig gehad om te wennen aan de eenzaamheid, om die tot een plek te maken waar ik kon neerstrijken en me op mijn gemak voelen.’

Een huis met een rotswand

Wanneer ze ouder worden verstrijken er soms jaren voor Pietro en Bruno elkaar terugzien. Want Pietro denkt op een bepaald moment het wel te hebben gehad met die bergen en de spartaanse trektochten die hij samen met zijn vader maakte.

Pas veel later, na de dood van zijn vader, gaat Pietro er weer op af. Omdat de bergen zowat in de nalatenschap van zijn vader zitten en hij daar toch wat mee moet. Pietro en Bruno vinden elkaar dan weer helemaal terug. Hun vriendschap beleeft een hoogtepunt wanneer ze samen een huis bouwen tegen de rotswand op het stuk grond dat Pietro’s vader zijn zoon naliet.

Er wordt heel wat getimmerd en gebouwd in het boek. Met de middelen die voorhanden zijn en die de berg ter beschikking stelt. En zo niet met materialen die ze met veel moeite tegen de hellingen naar boven zeulen.

Maar of de bouwsels tegen de tijd en de gure omstandigheden zijn bestand, is nog maar de vraag.

De bergen, net als het leven zelf, blijken immers niets en niemand te ontzien. Uiteindelijk blijft alleen de vriendschap en de liefde overeind.

Misschien is dit wel waar het boek met zijn vage en schuivende verhaallijn echt over gaat. Over liefde voor de meren, bomen en graslanden, rotspartijen en puinhellingen, liefde voor passanten in je leven, warme herinneringen aan innige momenten tussen moeder en zoon en aan onvermoede bezorgdheid van de vader voor de zoon. Liefde en vriendschap, daarmee moet het een mens het stellen, op de hoogste bergtoppen en in de diepste dalen.

‘De acht bergen’ is heel mooi vertaald door Yond Boeke en Patty Krone, in hun woorden klinkt het vloeiende Italiaans door.

‘De acht bergen’ van Paolo Cognetti werd uitgegeven bij de Bezige Bij en telt 224 bladzijden. ISBN 9789023466413

 

 

‘De Wertheims, twee oorlogen, één familiegeschiedenis’ van Silvia Tennenbaum – Tranches de vies, tranches d’histoire

Niets blijft wat het is. Soms vormen extreme omstandigheden de katalysator van een proces van verval. ‘De Wertheims’ is slechts een van de vele verhalen over de teloorgang van een vooraanstaande Joodse familie tijdens het naziregime.

Historische ontwikkelingen verstrengelen zich met een persoonlijke geschiedenis. Precies die verknoping weet Tennenbaum nauwgezet te schetsen.

Continue reading

‘De wereld vergeten’ Maria Dueñas, zo eenvoudig blijkt dat niet te zijn

‘De wereld vergeten’ van Maria Dueñas is een sloom verhaal met vaart verteld. Een bizarre combinatie.Je kiest een boek uit om te lezen, of het boek kiest jou, omdat er ‘iets’ tussen jullie twee op gang komt. In het begin is het een nauwelijks waarneembare vonk die over springt en eenmaal goed op weg wordt het boek een ‘compagnon de route’, tot de laatste pagina. Je kan er moeilijk afscheid van nemen, verlangt ernaar tussen je bezigheden door en aan het eind van het verhaal voel je al het gemis van een dierbare vriend. Die natuurlijk altijd dicht bij blijft.

Zo gaat het als het goed is. En vaak is het goed. Bijna elk boek vult op een of andere manier wel je denkbeelden aan en is daardoor alleen al betekenisvol. En soms gebeurt er niets. Dat was, wat mij betreft, het geval bij het lezen van ‘De wereld vergeten’ van de Spaanse schrijfster Maria Dueñas.

Continue reading

Van pimpelmeesjes, valse romantiek en hun ongewisse toekomst

Zowat anderhalve week geleden vlogen ‘onze’ pimpelmeesjes uit. We hadden het ouderlijk nest vijftig dagen lang met onze blikken gestreeld en de zorgzaamheid van de oudertjes iedere dag wat meer bewonderd.

Op een dag, midden in de week maar wel zoals ongeveer uitgerekend, bleef de beweging rond het ouderlijk nest uit.

Het was wennen, het ontbijt een tikkeltje eentonig zonder de activiteit rond het mezenkastje. ‘Zomaar, zonder iets te zeggen’, mijmerde ik.

‘Zomaar, zonder iets te zeggen’, zei mijn echtgenoot toen ik hem later van het vertrek van de kleintjes op de hoogte bracht. Continue reading

Mijn wilde tuin, ‘Aantekeningen van een wildtuinier’ van Meir Shalev: Millimeterwerk in de natuur

Altijd zijn Meir Shalevs verhalen in de Israëlische grond geworteld. En bovendien met de levens daar verstrengeld. In ‘Aantekeningen van een wildtuinier’ is het eerste zeker waar en zijn mensen vooral belagers van de tuin. Shalev heeft het immers over zijn bijna intieme verhouding met het stukje land dat bij zijn huis hoort waarin hij en de natuur een hoogst persoonlijk verbond sluiten. Daarom ziet zijn tuin er waarschijnlijk uit als geen enkele andere tuin. Continue reading

‘Mothering Sunday’ van Graham Swift: Hoe een verzwegen verleden tot talloze verhalen leidt

Een dienster die een verhouding heeft met een man uit de klasse waarvoor ze werkt. Niet lang na de eerste wereldoorlog kon je dat wellicht geen uitzonderlijke situatie noemen. Bijzonder wordt het wel wanneer Jane Fairchild, als oude vrouw, nog steeds wordt geïnterviewd over haar succesvolle schrijverscarrière en blijkt dat ze haar geheim altijd bewaarde en in haar verhalen slechts rond de waarheid cirkelde omdat niemand het echte leven kan navertellen en een schrijver altijd in leugens handelt.

Continue reading

Alles is een mogelijkheid in een wereld zonder eigenschappen

De man zonder eigenschappen van Robert Musil

(M.J.H. De Geest) – Veel boeken zijn geschreven over wat is en hoe het is, hoe het beter zou zijn en hoe het er op zijn slechtst kan uitzien. Weinig boeken hebben de bestaande wereld als een van de vele mogelijke als expliciet thema, de eeuwige aarzeling tegenover de werkelijkheid. De man zonder eigenschappen kent haar en leeft ernaar. Continue reading

‘Het Grote Huis’ van Nicole Krauss

Een verhaal over dingen die te zwaar om dragen zijn

– (M.J.H. De Geest) – Hoe is het om zoveel pijn op papier vast te pinnen, hoe kun je het, vroeg ik me af bij het lezen van ‘Het Grote Huis’ van Nicole Krauss. De schrijfster van haar kant vroeg zich af hoe is het om dingen te beleven waar eigenlijk niet mee te leven valt en maakte met het antwoord op die vraag een prachtige roman. Zodat u zich niet door de misère hoeft te laten afschrikken en het boek ongelezen laat. Ook moeizame levens kunnen met mooie zinnen worden omgeven.

Continue reading